M52 Ons antwoord op de vragen van de Heiland

31-12-2015 09:41

‘En Hij vraagde hen, zeggende:……..’

 

Terugblikkend op het achter ons liggende jaar, zijn er veel mensen die een balans opmaken. Hoe is het gegaan? Als bedrijf wordt er nagedacht of de beoogde doelen zijn behaald en wat er het volgende jaar eventueel anders gedaan kan worden. Persoonlijk tellen velen hun zegeningen waarbij er vaak ook gedacht wordt aan de wonden die zijn ontstaan. Sommigen zijn in diep verdriet omdat een geliefde is weggenomen door de dood, een plaats die door niemand te vervangen is, wie kan dit verdriet peilen? Toch, ondanks de grootste moeite van, een zwakke gezondheid, de eenzaamheid of de zorgen rondom de opvoeding van kinderen, financiële zorgen of haast ondragelijke pijnen mogen wij onze zegeningen tellen. Wat is de HEERE goed! De meeste van ons hebben een dak boven het hoofd, kunnen het huis verwarmen en hebben genoeg eten om niet te hoeven sterven. Is dat alleen al geen reden om dankbaar te zijn? De zegeningen liggen niet alleen in de voorspoed maar ook in de tegenspoed, het heeft alles een doel: ‘Of veracht gij den rijkdom Zijner goedertierenheid, en verdraagzaamheid, en lankmoedigheid, niet wetende, dat de goedertierenheid Gods u tot bekering leidt? Rom. 2:4.’ Al lijkt het soms allemaal uit de hand te lopen en denken wij dat God van ons niet afweet, dan is het goed om te beseffen dat Diezelfde God zegt: ‘Want Ik heb geen lust aan den dood des stervenden, spreekt de Heere HEERE; daarom bekeert u en leeft, Ezech. 18:32.’

 

Onze God is een Heilig God (1 Petr. 1:15,16), een verterend vuur (Hebr. 12:29), Die geen gemeenschap kan hebben met de zondaar (Ps. 5:5,6). Wij mensen hebben het van onze kant verzondigd en zouden rechtvaardig verloren moeten gaan maar wonder van genade. God heeft in Zijn onbegrijpelijke goedheid, liefde en trouw een weg geopend opdat zondaren weer leven zouden. Hijzelf zocht Adam op en riep hem bij zijn naam. Vandaag is het Diezelfde God, de God van Adam, ja van Abraham, Izak en Jakob, Die tot ons roept: ‘Ik, Ik ben de HEERE, en er is geen Heiland behalve Mij, Jes. 43:11.’ Van Hem gaat het Heil (Yeshua), de redding uit. Lieve vrienden, hoort Zijn stem; ‘Wendt U naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde! want Ik ben God, en niemand meer, Jes. 45:22.’ Er is Hoop, onze God ontfermd Zich over zondaren opdat zij leven zouden. Hij heeft de Weg geopend en die Weg is niemand minder dan Jezus de Christus (Yeshua Ha Mashiach) Wiens Naam redding betekent, want Hij zal Zijn volk zalig maken van al hun zonden. Van Hem is gesproken: ‘Verheug u zeer, gij dochter Sions! juich, gij dochter Jeruzalems! Ziet, uw Koning zal u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland; arm, en rijdende op een ezel, en op een veulen, een jong der ezelinnen, Zach. 9:9.’

 

Wat heeft Deze Persoon voor ons betekend in het achterliggende jaar? Hebben wij Zijn stem gehoord en gaat ons hart naar Hem uit? Zijn Vader zond Hem opdat wij door Hem weer in gemeenschap met onze God en Vader zouden leven. ‘En dit is de wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft, dat een iegelijk, die den Zoon aanschouwt, en in Hem gelooft, het eeuwige leven hebbe; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage, Joh. 6:40.’ In Hem alleen is alle troost, de vergeving van zonden en het eeuwige leven te vinden. Daarbuiten is het alles vermoeienis, een zeepbel die misschien vol kleuren schijnt maar straks uiteenspat en niet meer zijn zal. Wat een vermoeienis om te jagen van de ene zeepbel naar de andere en iedere keer teleurgesteld te moeten concluderen dat er hier op aarde niets is dat werkelijk waardevast blijkt te zijn. De ontspanning, het vermaak, de drank, de games, de muziek en de films doet ons de ellende misschien even vergeten, maar de harde werkelijkheid blijft bestaan. Er is geen leven, geen vreugde en geen hoop voor hen die leven buiten Jezus. Nee, al het surrogaat van deze wereld, trekt ons juist vaak dieper in de ellende. En zij die er blind voor zijn, gaan op in de wereld van schijn om straks, hoe verschrikkelijk, te laat te ontwaken, oog in oog met de Rechter van hemel en aarde in Wie zij hier op aarde de Heiland niet wilden kennen. Zij bleven buigen voor het zogenaamde genot van deze wereld, terwijl Jezus stem klonk: ‘Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven, Matth. 11:28.’ Vrienden, hebben wij Zijn stem gehoord? In gedachten zien we Mattheüs als het beeld van allen die nog leven buiten Jezus. Hij zocht zijn leven in het tolhuis, zoals zovelen het zoeken in hun werk, hun zaak, auto, geld, gezin, hobby of sport. Maar ach, hoe arm als wij hierin het leven zoeken, hoe verdrietig kan ook dit alles tegenvallen.

 

Het werk waarin wij ons leven zochten stopt omdat er ontslagen zijn gevallen. De zaak geeft zoveel zorg, de belastingaangiften vallen zo tegen en alle zeilen moeten worden bijgezet om het hoofd boven water te kunnen houden. De auto blijkt maar blik te zijn en uiteindelijk meer te kosten dan dat het genot kan geven. Het geld lijkt te verdampen en als dat niet het geval is draait de zorg om het zekerstellen van het kapitaal. Het gezin is werkelijk een zegen maar geeft zoveel zorg, we hadden gehoopt op perfecte kinderen maar zien steeds onszelf terug in hun ongehoorzame gedrag. De hobby slokt zoveel tijd en energie op dat het een druk legt op het gezin, het werk en het persoonlijke leven. En waar draait het om in de sport? Is het niet alles prestatie, eer en een goede naam? Wat een tegenvaller als dan het lichaam het laat afweten. Zomaar wat gedachten rondom dat alles wat zo mooi lijkt. Misschien denkt u dat ik een doemdenker ben, maar zeg eens eerlijk, kan één van deze dingen u helpen als u straks op uw sterfbed ligt, is het alles niet als zand dat tussen uw vingers door zal glippen? Als u dit nog niet ziet, dan wordt het tijd dat u met Mattheüs tot deze ontdekking komt. Zie daar is Jezus, Hij is Het lam van God dat de zonde der wereld wegneemt, Hij is gekomen om het leven te geven aan zondaren die buiten Hem verloren moeten gaan. Zie Zijn ogen die spreken van een hart vol liefde en hoor Zijn nodigende stem. ‘En Jezus, van daar voortgaande, zag een mens in het tolhuis zitten, genaamd Mattheüs; en zeide tot hem: Volg Mij. En hij opstaande, volgde Hem, Matth. 9:9.’ Vriend en vriendin, u die nog leeft buiten deze Jezus, het jaar is weer voorbij, nu is er nog die roepstem die klinkt, zal zij morgen nog klinken? Hoor, hoor dan toch die nodiging: ‘Volg Mij.’ Kom, sta op en volg Hem. U mag alles loslaten, ja overgeven in de handen van de HEERE uw God. Zoals een ter dood veroordeelde alles moest achterlaten zo wordt u geroepen door de Heiland: ‘En die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig, Matth. 10:38.’

 

Mag u dan als u Jezus volgt niet meer genieten van uw gezin, uw werk en uw hobby? U zult juist dan in het leven met de Heere ervaren wat werkelijk genieten is. Vanuit de rust en de vredevolle wetenschap dat alle zonden zijn vergeven zult u genieten van het gezin omdat u weet dat Vader zorgt. U zult dan kunnen genieten van de kleinste dingen zoals u voorheen niet kon genieten van het grootste. Vrede in het hart en het zicht op het eeuwige leven omdat Jezus uw Heiland u is voorgegaan, geeft een vreugde die met geen pen te beschrijven is. ‘Ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus, Dewelke, voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen, en schande veracht, en is gezeten aan de rechter hand des troons van God, Hebr. 12:2.’

 

Wat een zegen als onze ogen opengaan voor de ontfermingen van God de HEERE. Wat een verandering in ons denken en leven als wij ontdekken dat het niet gaat om godsdienst, wetenschap, religie of theologie maar om een levende relatie met God de Almachtige, tot Wie wij door de Geest zeggen Abba Vader. Het geloof dat Jezus stierf in mijn plaats (1 Petr. 3:18), dat ik met Hem stierf (Rom 6:6), met Hem opstond en met Hem gezeten ben in de hemel (Ef. 2:6), geeft mij kracht om te staan in de vrijheid (Gal. 5:1). Lieve vrienden als deze Jezus ook uw Jezus is dan mogen wij elkaar geliefde broeders en zusters in de Heere Jezus Christus noemen. Misschien zijn er zaken waar wij verschillende gedachten over hebben, toch mag ons dit niet afhouden van de blijdschap in Christus Jezus onze Heere. Hij kocht ons met Zijn dierbaar bloed opdat wij in heiligmaking (1 Thess. 4:7) zouden leven tot eer en glorie van Hem. Hij is onze overste Leidsman Die ons kocht met Zijn dierbaar bloed. Nu zoeken wij, als Zijn eigendom, de wil van God te doen en Zijn wil vinden wij geopenbaard in Zijn volmaakte Woord. Wat een vreugde om daarin bezig te zijn en te ontdekken hoe God Zelf door de werking van Zijn heilige Geest ons denken en ons doen veranderd naar Zijn wil.

 

Als wij mogen wandelen in het geloof dat onze zonden zijn vergeven op grond van het offer van de Heere Jezus, dan worden wij Zijn volgelingen of discipelen genoemd. Nadat de Heere Jezus op dertig jarige leeftijd begon te prediken heeft Hij drie Jaar opgetrokken met Zijn discipelen. Wat een bijzonder heerlijk voorecht om te wandelen met Jezus, Zijn onderwijs te genieten, Hem te horen spreken en te zien hoe Hij duivelen uitwierp, zieken genas en doden het leven weer gaf. In deze periode heeft hij Zijn discipelen ook vragen gesteld. Vandaag willen wij een paar van deze vragen op onszelf in laten werken en kijken wat ons antwoord is.

 

Gekomen als het Brood des Levens sprak Hij: ‘..die tot Mij komt, zal geenszins hongeren, en die in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten, Joh. 6:35.’ Als het Lam dat de zonde der wereld wegneemt, sprak hij tot vele hoorders: ‘Ik ben dat levende Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; zo iemand van dit Brood eet, die zal in der eeuwigheid leven. En het Brood, dat Ik geven zal, is Mijn vlees, hetwelk Ik geven zal voor het leven der wereld, Joh. 6:51.’ De meesten van die daar stonden begrepen niets van dat wat Hij sprak, in ongeloof antwoorden zei: ‘Hoe kan Deze Zijn vlees te eten geven?’ Als Jezus dan zegt dat zonder het eten van Zijn vlees en het drinken van Zijn bloed er geen leven is, dat zij moeten eten en drinken opdat zij het eeuwige leven zouden ontvangen, dan vallen veel van Zijn discipelen af. Zij ergerden zich aan dit onderwijs, omdat zij de woorden van geest en leven niet ontvingen in een gelovig hart. Ze hadden gekozen om Jezus te volgen maar nu Zijn onderwijs inging tegen hun beleving, denken en willen, vielen zij af. En dan komt de vraag van de Heere Jezus tot de twaalf die bij Hem bleven: ‘Wilt gijlieden ook niet weggaan? Joh. 6:67.’ Hier geen welvaartsevangelie, beloften van rijkdom, eer, gezondheid of goede carrière maar een scherpe onderzoekende vraag. Dan klinkt daar het antwoord van Simon Petrus: ‘Heere, tot Wien zullen wij heengaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens. En wij hebben geloofd en bekend, dat Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods, Joh. 6:68.69.’ Lieve vrienden, broeders en zusters, al is het onderwijs van de Heere Jezus dan scherp en kost het volgen van Hem ook alles, als wij in Hem de Christus, de Zoon van de levende God, onze Zaligmaker hebben leren kennen dan kunnen en willen wij Hem niet meer verlaten. Hij heeft de woorden des eeuwigen levens. Voor een ander klinken Zijn woorden misschien hard, voor ons zijn het woorden die wij aan ons hart drukken en die ons vervullen met eerbied, liefde en diep ontzag.

 

Hij kent ons en weet waarmee wij kunnen worstelen. Hij weet hoe zwak wij zijn en hoe de zorg van alle dag, ons drukken en kwellen kan. Dan klinkt Zijn vraag: ‘Wie toch van u kan, met bezorgd te zijn, een el tot zijn lengte toedoen? Matth. 6:27.’Kijk ook eens naar de vogels in de lucht, de bloemen op het veld en het groene gras. ‘Indien nu God het gras des velds, dat heden is, en morgen in den oven geworpen wordt, alzo bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, gij kleingelovigen? Matth. 6:30.’ De Heere Jezus heeft ons dit onderwijs gegeven opdat wij met al onze zorg zouden leren vertrouwen op de trouw zorg van onze Vader in de hemel. De discipelen hebben geleerd en ervaren dat Zijn trouwe zorg nooit beschaamd, want als daar de vraag van de Heere Jezus klinkt: ‘Als Ik u uitzond, zonder buidel, en male, en schoenen, heeft u ook iets ontbroken? Luk. 22:35’ Dan horen wij hen zeggen dat het hun aan niets ontbroken heeft. Hoe is dat bij ons? Kunnen wij ook zeggen; “Heere het heeft ons in dit achterliggende jaar aan niets ontbroken?” Hebben wij geleerd dat zelfs in tijden van nood en pijn, verdriet en armoede, Gods trouwe hulp ons niet ontbreekt? Als Gods vrede het hart vervult dan kan het ons aan niets ontbreken, dan zien wij over dood en graf, armoede en pijn heen op Hem Die ons heeft liefgehad en ons een plaats heeft bereid in Zijn heerlijkheid.

 

Vrienden, broeders en zusters, Het is al weer twee duizend jaar geleden dat onze Heere Jezus als de Zaligmaker van verloren zielen over deze aarde heeft gewandeld. Het duurt nu niet lang meer of wij zullen Hem ontmoeten. Het is goed om een paar vragen vanuit Zijn onderwijs tot ons door te laten dringen. Al lijken de golven ons te overspoelen en menen wij te vergaan, dan klinkt de vraag van onze Heiland: ‘Wat zijt gij vreesachtig, gij kleingelovigen? Matth. 8:26.’ Kom, vrienden grijpt moed, Jezus leeft en in Hem Zijn allen die op Hem vertrouwen meer dan overwinnaars, ja met Hem kunnen wij lopen op de golven. Maar ach waarom zien wij zo vaak op de omstandigheden, waarom verdrinken in de golven als Jezus daar is? ‘Gij kleingelovige! waarom hebt gij gewankeld? Matth. 14:31.’ Kom, zou iets voor Hem onmogelijk zijn? Wij staan vaak voor onmogelijkheden en vragen vertwijfeld; “Wie zal ons hier uithelpen?” Jezus stem komt dan tot ons: ‘Gelooft gij, dat Ik dat doen kan? Matth. 9:28.’ Zijn Naam is Wonderlijk, Raad, sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst. ‘Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben? Matth. 16:15.’ Hij is Mijn Liefste, Hij is blank en rood en draagt de banier boven tienduizenden. Petrus wilde met Hem leven, voor Hem strijden en met Hem sterven, maar ach Petrus sloeg op de vlucht, verloochende Zijn Meester en dan klinkt daar die stem vol liefde: ‘Hebt gij Mij lief? Joh. 21:16.’ Ja Heere u weet alle dingen… Is deze Heiland, onze God en is Hij de bron van ons leven, de Blijdschap van onze ziel en het middelpunt van ons verlangen? Kom, verblijdt u in de Heere, het heeft ons aan niets ontbroken en in Hem zal het ons aan niets ontbreken van nu tot in alle eeuwigheid. Zoek dan de Heere en leef tot eer en glorie van Zijn Heerlijke Naam Amen.            

 

Psalm 21:13

 

Verhoog, o HEER, Uw naam en kracht;

Zo zal ons vrolijk zingen

Door lucht en wolken dringen;

Zo wordt Uw heerschappij en macht

Door ons, nog eeuwen lang,

Geloofd met psalmgezang.

Wilco Vos Veenendaal 23-12-2015