1. Christus werd gedoopt in de rivier de Jordaan.

Aangaande de doop van Jezus Christus kunt u de geschiedenis lezen in Matth. 3: 13-17: ‘Toen kwam Jezus van Galiléa naar de Jordaan tot Johannes, om van hem gedoopt te worden. Doch Johannes weigerde Hem zeer, zeggende: Mij is nodig van U gedoopt te worden, en komt Gij tot mij? Maar Jezus antwoordende zeide tot hem: Laat nu af; want aldus betaamt ons alle gerechtigheid te vervullen. Toen liet hij van Hem af. En Jezus gedoopt zijnde, is terstond opgeklommen uit het water. En zie, de hemelen werden Hem geopend, en hij zag den Geest Gods nederdalen gelijk een duif, en op Hem komen. En zie, een stem uit de hemelen, zeggende: Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb.’

 

Elk woord heeft hier zijn betekenis:

Toen - Voordat Hij optrad in Zijn openbare bediening, zoals u leest in Matth. 4: 17: ‘Van toen aan heeft Jezus begonnen te prediken en te zeggen: Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.’

Kwam Jezus - Hij zou Johannes hebben kunnen bevelen tot Hem te komen, als Zijn dienaar: maar tot teken van Zijn onderwerping komt Hij.

Van Galilea - Een grote afstand, en dat hoogstwaarschijnlijk te voet; elke stap, die wij om Gods wil doen is Hem aangenaam, en zal eenmaal heerlijk beloond worden.

Naar den Jordaan - De rivier, waarin honderden gedoopt waren. Het was een geschikte plaats voor Johannes om Christus onder te dompelen, te begraven, te dopen.

 

Nu wil ik uw aandacht vestigen op acht zaken in betrekking tot de doop van Christus.

 

Ten eerste: Zijn Leeftijd. Er staat geschreven, dat, toen Jezus gedoopt was ‘En het geschiedde, toen al het volk gedoopt werd, en Jezus ook gedoopt was en bad, dat de hemel geopend werd,’ (Luk. 3:21), ‘En Hij, Jezus, begon omtrent dertig jaren oud te wezen,’ (Luk.3:23a). Dus ziet u, dat Christus Zelf gedoopt is op volwassen leeftijd. Indien iemand als kindje gedoopt wordt, waarom is Christus dan niet als kindje gedoopt? Christenen, schaamt u niet en weest niet verlegen, Uw Leidsman ging u voor. Hij was dertig jaar oud, toen Hij gedoopt werd; ‘Want en Hij Die heiligt, en zij die geheiligd worden, zijn allen uit één; om welke oorzaak Hij Zich niet schaamt hen broeders te noemen.’ (Hebr. 2:11).

 

Ten tweede: Een ander punt waarop ik u nu wijs in de doop van Christus, is de Bedienaar van deze heilige inzetting, Johannes. Deze man beleed van zichzelf dat hij niet waardig was de riem te ontbinden van de schoenen van zijn heilige Dopeling. ‘En hij predikte, zeggende: Na mij komt, Die sterker is dan ik, Wien ik niet waardig ben nederbukkende den riem Zijner schoenen te ontbinden.’ (Mark.1:7). Welnu, indien de Heere Jezus de doop wilde ontvangen door zulk een onwaardig instrument, zo ziet u daaruit, dat hij deze inzetting niet gering schatte om de onwaardigheid van de dienaar. Zie ook hier op Christus, uw voorbeeld.

 

Ten derde: Merk op de afwijzing: ‘Doch Johannes weigerde Hem zeer, zeggende: Mij is nodig van U gedoopt te worden, en komt Gij tot mij?’ (Matth.3:14) Bezwaren en een opzien tegen wat God van ons vraagt kunnen niet tot verontschuldiging dienen. Zo wij God gehoorzamen willen, komt geen dienstweigering te pas. ‘Strijd om in te gaan door de enge poort.’ (Luk. 13:24a)

 

Ten vierde: Let op wat Johannes aanvoert: ‘Mij is nodig van U gedoopt te worden, en komt Gij tot mij?"(Matth 3:14) Sommigen willen niet gedoopt worden, tenzij men hun bewijs levert, dat zij er niet buiten kunnen. Hun, inderdaad,  vleselijke redenering luid aldus: ‘Zou ik niet in den hemel komen, al ben ik niet gedoopt? Is de doop nodig tot zaligheid?’ Al zulke redenering is zelfzuchtig en onheilig. Heeft uw Heere en Meester ooit zo overlegd of gehandeld? Had Hij, de Zoon des Mensen, niet de Geest zonder mate? Was hij niet volmaakt? Hij had waarlijk geen behoefte aan afwassing van zonden. En toch liet Hij Zich dopen. Zie dan toch op uw Voorbeeld, Christus. Hij deed het niet uit behoefte, maar uit gehoorzaamheid aan 's Vaders wil.

 

Ten vijfde: Merk op met welke heerlijke bewoordingen de Heere Jezus de instelling van de doop benoemt. Hij noemt ze: Gerechtigheid; ‘Maar Jezus antwoordende zeide tot hem: Laat nu af; want aldus betaamt onsalle gerechtigheid te vervullen. Toen liet hij van Hem af.’ (Matth.3:15) Het is recht en goed, dat ik doe, wat de Vader verlangt. Hij noemt ze: betamelijk: Het is behoorlijk gedoopt te wezen. Voorzeker is het een hoogst betamelijk ding bij Gods kinderen, eerbied te bewijzen aan alle geboden van God. Hij noemt ze een verbintenis tussen Hemzelf en Zijn volk. Dit ligt in het woordje ons. Aldus betaamt ons. Hij wil zeggen: u, en Mij, en al Mijn volgelingen, ‘Zo iemand Mij dient, die volge Mij; en waar Ik ben, aldaar zal ook Mijn dienaar zijn. En zo iemand Mij dient, de Vader zal hem eren.’ (Joh.12:26) Hij spreekt er van als een volmaking; het is een vervulling. Het betaamt ons alle gerechtigheid te vervullen. Wij vinden hier een toepassing en verklaring van 2 Kor.10:5-6: ‘Dewijl wij de overleggingen ternederwerpen, en alle hoogte die zich verheft tegen de kennis Gods, en alle gedachte gevangen leiden tot de gehoorzaamheid van Christus; En gereed hebben hetgeen dient om te wreken alle ongehoorzaamheid, wanneer uw gehoorzaamheid zal vervuld zijn.’ Zo ziet: Gehoorzaamheid moet vervuld worden. Hij gebruikt de algemene term alle gerechtigheid. De doop is een deel van die alle gerechtigheid. Zo heeft Christus het ons in Zijn Woord geleerd. U kunt niet in al de geboden wandelen, noch alle gerechtigheid vervullen, indien gij deze instelling verwaarloost.

 

Ten zesde: Let bij den doop van Christus op den vorm van de toediening. ‘En Jezus gedoopt zijnde, is terstond opgeklommen uit het water.’ Terstond; omdat de doop een onderdompeling is. Opgeklommen; als Hij niet neergedaald was in het water, er zou niet gezegd zijn, dat Hij er uit opklom. Hij is opgeklommen, en dus niet in de armen gedragen, gelijk het geval is met kleine kinderen. Uit het water; als Hij uit het water opklom, moet Hij er in geweest zijn. Wij zeggen nooit, dat iemand uit het huis gaat, als hij er niet in was. Zo kon van Christus niet gezegd worden dat Hij uit het water opklom, als Hij er niet in geweest was. Was er een beetje water tot Hem gebracht in een schaal of bekken, of was het water uitgestort over Zijn hoofd. Net zo als zo vaak ook in prentenbijbels afgebeeld staat, dan zou niet geschreven kunnen staan: ‘Hij is opgeklommen uit het water’ dit water was de rivier de Jordaan. De Heere acht het noodzakelijk om de, op zichzelf staande kleine, bijzonderheden in Zijn Woord te laten zetten, omdat deze betrekking hebben op en deel uit maken van een Goddelijke instelling.

 

Ten zevende: Zie hoe de Vader Zijn welbehagen toont in de doop van Christus. ‘De hemelen werden Hem geopend’, (Matth. 3:16b) Vele volgelingen van Christus hebben door de doop een heerlijke opening des hemels ervaren. De Geest Gods daalde neder, dezelfde Geest, en geen andere, die aan de gelovigen in hun doop is beloofd. ‘En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.’ (Hand. 2:38)

Hier hoor ik een bedenking opperen in dezen vorm: ‘Maar ontvangt iedereen, die gedoopt wordt de Heiligen Geest?’ Antwoord: ‘Zo niet, dan ligt de fout niet in de doop, maar in het gebrek aan geloof en boete (bekering), zonder welke geen instelling kracht heeft.’

‘En zie, een stem uit de hemelen, zeggende: Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb’ (Matth.3:17) Christus, als het hoofd van Zijn Gemeente, werd verzegeld voor het hele lichaam. In de doop wordt het kindschap van Zijn leden gepredikt. ‘In Dewelke Ik mijn welbehagen heb.’ Niet slechts in alles wat Hij heeft gedaan en doet, maar in deze daad van de doop zelf, als een betoning van gehoorzaamheid aan Mijn heerlijke wil, heb ik Mijn welbehagen. En zo heeft de Heere een welbehagen in dezelfde daad van gehoorzaamheid bij alle gelovigen. ‘Maar Gode zij dank, dat gij wel dienstknechten der zonde waart, maar dat gij nu van harte gehoorzaam geworden zijt aan het voorbeeld der leer, tot hetwelk gij overgegeven zijt.’ (Rom.6:17). Deze zelfde stem gaf ook getuigenis aan de gezegende Zone Gods op den berg zeggende: ‘En er geschiedde een stem uit de wolk, zeggende: Deze is Mijn geliefde Zoon; hoort Hem.’ (Luk.9:35). Hoort Hem in Zijn geboden en voorschriften. Hoort Hem ook nu in Zijn doop. Christus zegt: ‘aldus betaamt het ons; ulieden, die Mijn Vader hebt als uw Vader. Ulieden, die Mijn God hebt tot uw God. Aldus betaamt het ons gedoopt te worden en alle gerechtigheid te vervullen.’

Hij is Gods geliefde Zoon, hoort Hem!

 

Ten achtste; Merkt op, hoe in Christus doop de Drie-eenheid als het ware zich zichtbaar en hoorbaar openbaart. De Vader spreekt met een stem, de Zoon wordt in Persoon gedoopt, de Heilige Geest daalt neer als een duif. Dit is de belangrijke reden dat de doop bediend moet worden in de Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes, de mens die in waarheid gedoopt is, heeft de hele Drie-eenheid tot zijn deel. De vol heerlijke Eenheid der Drie-eenheid in de doop van Christus, wordt in de doop van elke gelovige herdacht, en daarom behoren wij er alle eerbied aan te bewijzen. Diegene die een instelling veracht, in welke de heilige Naam genoemd wordt, neme zichzelf in acht en ziet toe of hij ook schuldig bevonden zal worden den Naam des Heeren ijdel gebruikt te hebben.