10. Nog enkele overwegingen als besluit.

1. Overweeg, dat zielen die beschaamt zijn gemaakt vanwege haar ongerechtigheden, aan hen zal getoond worden de instelling en vormen van het huis des Heeren. ‘En indien zij schaamrood worden vanwege alles wat zij gedaan hebben, zo maak hun bekend den vorm van het huis en zijn gestaltenis, en zijn uitgangen en zijn ingangen, en al zijn vormen en al zijn ordinantiën, ja, al zijn vormen en al zijn wetten; en schrijf het voor hun ogen, opdat zij zijn gansen vorm en al zijn ordinantiën bewaren en dezelve doen.’ (Ezech.43:11)

Voorwaar; de instelling van de gemeente volgens het Evangelie zijn het waard gekend en gehouden te worden. Wilt u ze niet onderzoeken en ze onderhouden?

 

2. Overweeg, dat als God iemand een nieuw hart geeft dit is om die mens vaardig te maken tot Zijn inzettingen. ‘En Ik zal hun enerlei hart geven, en zal een nieuwen geest in het binnenste van u geven, en Ik zal het stenen hart uit hun vlees wegnemen, en zal hun een vlezen hart geven. Opdat zij wandelen in Mijn inzettingen, en Mijn rechten bewaren en dezelve doen; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.’ (Ezech.11:19-20)

Heeft u een nieuw hart, durft u het bevel van de Heere uit te stellen?

 

3. Overweeg hoe gevaarlijk het is een instelling van God, ook een instelling van minder gewicht, te weerstaan, ‘Alzo dat die zich tegen de macht stelt, de ordinantie Gods wederstaat; en die ze wederstaan, zullen over zichzelven een oordeel halen.’ (Rom.13:2)

Hoe veel te meer, waar het een geestelijke instelling betreft.

 

4. Overweeg welke oordelen op de verandering van Gods instellingen gevolgd zijn. ‘Zie, de HEERE maakt het land ledig en Hij maakt het woest, en Hij keert deszelfs gestaltenis om en Hij verstrooit zijn inwoners.’ (Jes.24:1)

Dit is een verandering ten gevolge van een oordeel, maar waarom gebeurt dat? Zij veranderen de inzetting. Als Christus gebied te geloven en gedoopt te worden en de mensen dopen kinderen die niet geloven, oordeel bij uzelf of dit een verandering is van de instelling van God.

 

5. Overweeg wat Nadab en Abihu, de zonen van Aaron overkwam. ‘En de zonen van Aäron, Nadab en Abíhu, namen een ieder zijn wierookvat en deden vuur daarin en legden reukwerk daarop, en brachten vreemd vuur voor het aangezicht des HEEREN, hetwelk Hij hun niet geboden had. Toen ging een vuur uit van het aangezicht des HEEREN en verteerde hen; en zij stierven voor het aangezicht des HEEREN.’ (Lev.10:1-2)

Zij offerden wat de Heere niet had geboden. Het was niet uitdrukkelijk verboden maar het was niet gebodenen de Heere oordeelde hen als diegene die Zijn bevel hadden overtreden. De kinderdoop wordt ook niet verboden, maar de Heere heeft het niet geboden.

 

6. Overweeg dat de besprenging toen u een baby was géén doop is, als u niet wordt gedoopt nadat u geloofde, leeft u in een de verwaarlozing van en grote Evangelische instelling. Wilt u dat een gehoorzaamheid noemen, wat niet een daad van u was, wat niet uw toestemming , zelfs niet uw kennisneming had en waarin u géén geloof had? Kunt u dat doop noemen, dat wat niet voortkwam uit de bereidwilligheid van uw hart, maar alleen uit de wil van uw ouders? Hoe kunt u, als u niet gedoopt bent, uzelven opwekken en met David zeggen: ‘Ik zal Uw inzettingen bewaren; verlaat mij niet al te zeer.’ (psalm 119:8)?

 

7. Overweeg dat de inzettingen gehouden moesten worden zoals deze werden overgeleverd. ‘En ik prijs u, broeders, dat gij in alles mijner gedachtig zijt, en de inzettingen behoudt gelijk ik die u overgegeven heb.’ (1Kor.11:2) Zo werd de doop overgeleverd aan gelovigen en niet aan kinderen. God leverde letterlijk de besnijdenis over aan jongentjes van acht dagen oud, maar nergens lezen wij dat de Heere de doop overlevert aan kleine kinderen.

Wie kan het wagen om de instelling van de Heere te veranderen?

 

8. Overweeg dat velen die niet gedoopt werden, nadat zij tot het geloof zijn gekomen, de doop aan hun kinderen onthouden. Laat mij dezulke een vraag stellen: ‘Hoe kunt u menen dat uw eigen kinderdoop voldoende is voor uzelf en uw kinderen laat u niet besprengen? Deze mensen wandelen niet getrouw in het licht dat hun geschonken werd. Als u ziet dat de geloofsdoop de enige Goddelijke instelling is en opdracht is; laat u dopen als u tot geloof gekomen bent! ‘Hoe lang hinkt gij op twee gedachten? Zo de HEERE God is, volgt Hem na, en zo het Baäl is, volgt hem na.’ (1 Kon.18:21)

 

9. Overweeg dat buiten alle twijfel, de gelovigen gedoopt werden, zoals u gelezen hebt in voorgaande tekst van dit boekje. De kinderdoop is, op zijn best genomen, een twijfelachtige zaak. De kinderdoop is veel besproken door veel theologen. De geloofsdoop komt in zoveel woorden duidelijk in de Schrift voor. Zij geloofden en werden gedoopt.

Is het dan niet veel beter om een weg te gaan waar geen twijfel in is, dan een twijfelachtige weg?

10. Overweeg dat er menigten van voorbeelden zijn van de doop van gelovigen, zie ook eerder in dit boekje. Een duidelijk voorbeeld zonder twijfel, van een kinderdoop is er niet in de Bijbel.

 

11. Overweeg dat indien de zaligheid van uw ziel verbonden was aan de vraag: ‘werden gelovigen gedoopt of werden kinderen gedoopt?’ U zeker zou antwoorden: gelovigen. Daarom, u weet de Waarheid heel goed. Zie toe dat u doet gelijk u weet!

 

12. Overweeg dat het geboorterecht aanspraak gaf op de besnijdenis, zo gaf ook het geboorterecht aanspraak op het priesterschap. Wilt u nu de doop vaststellen op het zaad der gelovigen (lees ook het betreffende formulier) zonder er een woord voor te hebben? Terwijl u de bediening des Woords niet wilt leggen op het zaad der predikanten. Zou dat geen vreemde redenering zijn, te zeggen dat de predikers onder het Evangelie minder voorrechten hebben dan de predikers onder de wet? Tenzij elke predikantszoon ook predikant gemaakt zou worden. U zegt misschien als tegenwerping dat predikanten geen priesters zijn. Wij stemmen dit van harte toe, want wij willen niet gehouden worden voor dezulken die er anders over denken. Maar dezelfde kerk, die eerst de kinderdoop heeft ingesteld heeft ook het leraarsambt omgezet in een priesterambt en de ene uitvinding is even goed, beter gezegd, even slecht als de andere.

 

13. Overweeg dat wij niet mogen gevoelen boven wat geschreven is; ‘opdat gij aan ons zoudt leren niet te gevoelen boven hetgeen geschreven is, dat gij niet, de een om eens anders wil, opgeblazen wordt tegen den ander.’(1Kor.4:6) Indien de kinderdoop niet beschreven staat als een instelling, zie de kinderdoop dan ook niet als een instelling.

 

14. Overweeg dat Christus getrouw was in geheel Zijn huis; ‘En Mozes is wel getrouw geweest in geheel Zijn huis als een dienaar, tot getuiging der dingen die daarna gesproken zouden worden, Maar Christus als de Zoon over Zijn eigen huis; Wiens huis wij zijn, indien wij maar de vrijmoedigheid en den roem der hoop tot het einde toe vast behouden.’ (Hebr.3:5-6) Indien het de wil van de Vader was geweest dat de kinderen gedoopt zouden worden, dan zou de Heere Jezus zeker zo getrouw zijn geweest om daarvoor enige aanwijzingen te geven. Maar geen enkel woord heeft Hij daarvan gesproken gedurende Zijn hele bediening, evenmin dat Hij er één enkele regel over heeft geschonken in al de Heilige Schriften.

 

15. Overweeg dat Mozes, de dienaar, alles deed in overeenstemming met het voorbeeld dat hem op de berg getoond werd. ‘Zie dan toe dat gij het maakt naar hun voorbeeld, hetwelk u op den berg getoond is.’(Ex.25:40) En zullen dan nu de dienaars niet alles doen in overeenstemming met het voorbeeld dat ons in het Nieuwe Testament wordt getoond? Het ons gestelde voorbeeld is: Zij geloofden en werden gedoopt. (Hand.8:12) Wilt u niet naar deze regel wandelen?

 

16. Overweeg of zij die zo te werk gaan, met een steunen op hun eigen gevolgtrekking zonder een duidelijke tekst uit de Bijbel, aan de Roomsen (en anderen) willen toestaan gelijksoortige gevolgtrekkingen te maken ter verdediging van hùn vindingen.  De Roomsen gebruiken dezelfde redeneringen en afleidingen om hun altaren, wierook, priesterkleding, koorknapen en dergelijke goed te maken. Zij halen de woorden van de apostel aan; ‘Laat alle dingen geschieden tot stichting.’ (1Kor.14:26) Daarom zeggen zij dat hun sierlijk en plechtige gewaad, het knielen voor beelden, heiligen verering, enzovoorts, stichtelijk is. Maar die de Heere vreest zal zijn toestemming niet kunnen geven aan zulke redeneringen.

 

17. Overweeg dat de Heilige Schrift zeer nauwkeurig is, in de mededeling van de verschillende omstandigheden van de gedoopte personen. Lees bijvoorbeeld Hand.16:13-14; ‘En op den dag des sabbats gingen wij buiten de stad aan de rivier, waar het gebed placht te geschieden; en nedergezeten zijnde, spraken wij tot de vrouwen die samengekomen waren. En een zekere vrouw met name Lydia, een purperverkoopster, van de stad Thyatíra, die God diende, hoorde ons ; welker hart de Heere heeft geopend, dat zij acht nam op hetgeen van Paulus gesproken werd.’ Merk op hoe daar wordt gesproken; de tijd, de plaats, de gewoonte, het gezelschap, de naam van de dopeling, haar bedrijf, haar woonplaats, haar godsdienst, haar manier van doen, de werking in haar binnenste en het werktuig, worden allemaal genoemd. Let ook op de bijzonderheden genoemd in Hand.16:27-34. In de hele Bijbel wordt geen plaats gevonden die rept over de kinderdoop. Waarom zou dat weggelaten zijn, als het Gods wil zou zijn om kinderen te dopen? Waar de Bijbel zwijgt, moeten ook wij zwijgen.

 

18. Overweeg: ‘Er is een enig Wetgever, Die behouden kan en verderven. Doch wie zijt gij, die een ander oordeelt?’ (Jak.4:12) ‘Want de HEERE is onze Rechter, de HEERE is onze Wetgever, de HEERE is onze Koning, Hij zal ons behouden.’ (Jes.33:22) Waar heeft de Heere een wet gegeven om kinderen te dopen? Wilt u zich daarin begeven zonder Zijn bevelen?

 

19. Overweeg of niet het dopen van kinderen, de doopouders, of doopheffers, het kruis bij de doop, de beloften en afzweringen voor de kinderen uitgebracht, zijn ingevoerd door menselijke bedenksels en om dezelfde reden? Als één daarvan zonder Goddelijk gezag mag worden toegestaan, waarom niet allen?

 

20. Overweeg of het een veilige weg is, redeneringen en gevolgtrekkingen toe te laten, die strijden tegen den uitdrukkelijke regel in Matth.28:19: ‘Gaat dan heen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles wat Ik u geboden heb.’ Eenmaal dit pad ingeslagen, waar kunt u dan al niet komen? Sommigen zijn ver weg gezworven.

 

21. Overweeg of zij die kinderen dopen niet eenmaal een woord tot zich zullen horen van de Heere zoals in Jes.1:12 ‘Wanneer gijlieden voor Mijn aangezicht komt te verschijnen, wie heeft zulks van uw hand geëist?’

 

22. Overweeg of één van de evangelische instellingen in zo veel en duidelijke woorden beschreven staat, als de geloofsdoop. Heeft de Heere zoveel gezegd van het Heilig avondmaal?

 

23. Overweeg dat als u zich laat dopen, dat u dan God rechtvaardigt en dat u Hem eert door gehoorzaamheid aan Zijn gebod. Denk verder; als u zich niet laat dopen na ontvangen geloof, dat u dan de raad Gods verwerpt. ‘En al het volk hem horende, en de tollenaars die met den doop van Johannes gedoopt waren, rechtvaardigden God. Maar de farizeeën en de wetgeleerden hebben den raad Gods tegen zichzelven verworpen, van hem niet gedoopt zijnde.’ (Luk.7:29-30)

 

24. Overweeg of zij die de kinderdoop aanhangen, deze doop prediken als teken van wedergeboorte. Bedenk daarbij of al deze gedoopte kinderen zijn wedergeboren.

 

25. Overweeg of zij die helemaal geen eerbied hebben voor Gods bevelen (bekeerd u) niet eenmaal beschaamd zullen staat. (psalm 119:6) Kiest u ten laatste om beschaamd te staan in deze zaak?

 

26. Overweeg of Abraham zijn zoon durfde te besnijden zonder een woord of bevel van God. Hoe durft u dan een kind te dopen zonder een bevel des Heeren?

 

27. Overweeg of wij niet hebben te jagen naar de reinheid van de instellingen en of de instellingen die een uitdrukkelijk bevel vanuit de Bijbel hebben, niet de zuiverste zijn.

 

28. Overweeg of niet zij, die hebben gedaan wat en hoe Hij het geboden heeft, dit zullen horen bij de komst van Christus ‘Wel, gij goede en getrouwe dienstknecht, over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal ik u zetten; ga in, in de vreugde uws heren.’ (Matt.25:23) Zal Christus van een goede en getrouwe dienstknecht spreken die deden wat hij nooit gebood? Zal Hij die lof geven die Zijn gehele bevel hebben verwaarloosd?

 

En nu bid ik u wel te overwegen wat aangaande deze zaak gesteld is. De God der heerlijkheid geve u de Geest der Waarheid die u in alle Waarheid wil leiden, die u zal opbouwen en u een erfdeel zal geven onder de geheiligden. Daar deze dingen geschreven zijn in oprechtheid, met ongeveinsde liefde tot God en uw ziel, zo heilige u de God en Vader van onze Heere Jezus Christus zelf in lichaam, ziel en geest en geve u een hart om de Schrift te onderzoeken of deze dingen alzo zijn.