2. Van de grote opdracht tot het dopen van de gelovigen.

Nadat u het een en ander hebt gehoord betreffend uw grote Voorbeeld, den Heere Jezus. Zo wil ik u nu een poosje bezig houden met Zijn gebod in Matth.28:19-20; ‘Gaat dan heen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles wat Ik u geboden heb. En zie, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen.’ En ik bid u acht te slaan op hetgeen van onze Heere gezegd wordt in Hand. 1:1b: ‘al hetgeen dat JEZUS begonnen heeft beide te doen en te leren.’ Wij lezen daar van Christus ‘doen en leren’ Het is goed voor leraars hun Heere na te volgen, in beiden dit te doen en te leren. In het 2de vers lezen wij: ‘Tot op den dag in welken Hij opgenomen is, nadat Hij door den Heiligen Geest aan de apostelen, die Hij uitverkoren had, bevelen had gegeven.’ Één van deze bevelen is de doop der gelovigen, dit kunt u lezen in Matth 28:19-20.

De grote God gaf Hem een Gebieder en Leidsman, van Zijn volk te zijn; ‘Zie, Ik heb Hem tot een Getuige der volken gegeven, een Vorst en Gebieder der volken.’ (Jesaja 55:4) Christus is een gave als Gebieder. 0, wat een genade is het zo één wijze Gebieder te hebben, Wiens geboden niet hard en ondragelijk zijn voor de gelovigen; ‘in het houden van die is groot loon.’(Ps. 19:12b)

In dit gebod zijn acht zeer opmerkelijke zaken. Wij willen het in zijn geheel lezen, opdat wij ze allemaal mogen zien: ‘En Jezus bij hen komende, sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Gaat dan heen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles wat Ik u geboden heb. En zie, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen.’ (Matth 28:18-20)

 

Ten eerste: Merkt op, waar Christus vandaan kwam, toen Hij deze gewichtige opdracht gaf. Immers, Hij kwam uit het graf! Een opgewekte Jezus! ‘God opgewekt hebbende Zijn Kind Jezus, heeft Denzelven eerst tot u gezonden, dat Hij ulieden zegenen zou, daarin dat Hij een iegelijk van u afkere van uw boosheden.’ (Hand. 3:26) Voorwaar, deze gezegende Jezus zou niet een ding willen bevelen, dan wat alleen goed is voor Zijn volk. Hij is een zaligmakende Jezus, en Hij geeft zaligende geboden: ’Zalig zijn zij die Zijn geboden doen, opdat hun macht zij aan den Boom des levens, en zij door de poorten mogen ingaan in de stad.’(Openb.22:14)

Laten wij nooit vergeten, dat het een opgestane Heiland is, die de opdracht heeft geven aan Zijn discipelen: ‘Gaat dan heen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles wat Ik u geboden heb.’(Matth 28:19)

 

Ten tweede: Ziet, Christus zelf ‘komende, sprak tot hem.’ Indien een engel kwam en de mensen gebood gedoopt te worden, wie zou zich daartegen verzetten? Maar hier hebt u de heerlijken Zoon van God, in eigen persoon, zeggende:  ‘Gaat dan heen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles wat Ik u geboden heb.’(Matth.28:19)

 

Ten derde: Let op in welke macht en met welk gezag Hij komt; ‘En Jezus bij hen komende, sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. (Matth.28:18) God heeft alle macht om te bevelen, zowel in de hemel als op de aarde. Alle macht om over hemel en aarde te beschikken. Hij zegt hier: ‘Engelen en mensen staan Mij ter beschikking. Ik kan u beschermen, u bijstaan, en met u zijn beide in het vuur en in het water. Gaat dan (daarom) henen, onderwijst alle volken; Ik heb alle macht; daarom gaat henen, onderwijst en doopt. Vreest niet, weest niet beducht voor vijanden, maar; Gaat henen, onderwijst en doopt.’

 

Ten vierde: Geeft wel acht op het gebod zelf. Christus heeft gezegd: ‘Gaat dan heen’(Matth.28:19a) Hij zei ook tot de legioenen duivelen: ‘En Hij zeide tot hen: Gaat heen. En zij uitgaande, voeren heen…’ (Matth.8:32a) En zullen gelovigen minder gehoorzaam zijn dan duivelen? Zullen de gelovigen

Niet een ‘zeer gewillig volk zijn op den dag Uwer heirkracht?’ (Psalm 110:3a)

De hoofdman over honderd zei eenvoudig: ‘Ga!’ tot de ene krijgsknecht en hij ging, tot den andere; ‘Kom’ en hij kwam en tot zijn dienstknecht; ‘Doe dat’ en hij deed het.’ (Matth.8:9) En zullen Christus' dienaren Hem minder onderworpen zijn, dan de ondergeschikten van den hoofdman over honderd hun Meester waren? Nee, laat ons dadelijk gehoorzamen, want Christus zegt: ‘Gaat henen, onderwijst en doopt.’

 

Ten vijfde: Bedenkt, wat aan de doop behoort vooraf te gaan: ‘Gaat heen, onderwijst; er moet onderwijzing zijn. God is een Geest en Hij zoekt ware aanbidders; ‘Maar de ure komt en is nu, wanneer de ware aanbidders den Vader aanbidden zullen in geest en waarheid; want de Vader zoekt ook dezulken die Hem alzo aanbidden.’ (Joh.4:23) Daarom moet onderwijs vooraf gaan aan de doop, of anders zal de dopeling Hem nooit kunnen aanbidden in geest en waarheid. ‘Gaat henen, onderwijst en doopt.’ Ik weet hoe vele geleerden zeggen, dat het woord ‘onderwijzen’ in het Grieks is ‘discipelen maken.’ Ik durf daar niets tegen in te brengen, want ik zie, dat Jezus Christus juist zo en niet anders handelde. Eerst maakte Hij door onderwijzing en door prediking discipelen, daarna werden ze gedoopt. Zie Joh. 4:1b ‘Jezus, meer discipelen maakte en doopte dan Johannes.’ Hoeveel arme, onwetende zielen dopen in hun onwetendheid diegene, die nooit tot discipelen gemaakt werden. Maar Christus zei: ‘Onderwijst en doopt ze.’

 

Ten zesde: Weest opmerkzaam aan de omvang en de uitgebreidheid van het gebod, beschreven in Matth.28:19 ‘Gaat dan heen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles wat Ik u geboden heb.’

Gaat henen tot alle volken, waar dan ook , in hete of koude luchtstreek. Gaat tot Joden en heidenen, tot mannen en vrouwen, en als u ze door onderwijs tot discipelen hebt gemaakt, doopt ze dan. ‘Want Hij is onze Vrede, Die deze beiden één gemaakt heeft, en den middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende.’ (Efeze 2:14) God is geen aannemer des persoons. Laat niemand menen iets te kunnen roemen, omdat hij Abraham tot een vader heeft. Nee, nee! Gaat heen tot alle volkeren, brengt de blijde boodschap van het Evangelie tot alle schepselen. Zie Markus 16: 15-16: ‘En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle kreaturen. Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden’. Als u ze geleerd zult hebben, zij zijn gelovig geworden, doopt ze dan; ‘Gaat heen, onderwijst alle volken hen dopende.’

 

Ten zevende: Weest opmerkzaam op de woorden der Goddelijke instelling: Matth.28:19 ‘Gaat dan heen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles wat Ik u geboden heb.’

Merkt ten eerste op; dopende in den Naam des Vaders. Voor zodanige mensen als die de Heere Jezus

aannemen overeenkomstig het Evangelie, wil God tot een Vader zijn, en zij zullen in Zijn Naam gedoopt worden. Gaat heen, en roept hun toe: ‘Daarom gaat uit het midden van hen, en scheidt u af, zegt de Heere, en raakt niet aan hetgeen onrein is, en Ik zal ulieden aannemen. En Ik zal u tot een Vader zijn, en gij zult Mij tot zonen en dochteren zijn, zegt de Heere, de Almachtige.’ (2 Kor.6:17-18)

Staat een weinig stil, en denkt eens na, u, die zo onverschillig bent betreffende de gezegende instelling van de doop. Hier beneden een zaak te verrichten in de naam van een konings geeft macht en kracht; maar hier is de Naam van den grote God; ja, hier is de Naam van de Heilige Drie-eenheid: Vader, Zoon en Heilige Geest. Meent u, dat de doop niets inhoudt, wanneer hij bediend wordt in die heerlijke Naam, die zo waardig is aangebeden en geprezen te worden? Houdt u niet langer op, maar hoort naar Hem, die gezegd heeft: ‘Gaat dan heen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles wat Ik u geboden heb.’

 

Ten achtste: Slaat acht op de heerlijke belofte aan dit bevel toegevoegd. ‘En zie, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen.’(Matth.28:20) Hij zegt: Gaat henen, onderwijst, doopt, en Ik zal met u zijn. Christus is toch zeker een goed gezelschap. U, die Zijn gezelschap bemint, zoekt het waar Hij het heeft beloofd. ‘Zo zegt de HEERE: Staat op de wegen en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg zij, en wandelt daarin; zo zult gij rust vinden voor uw ziel. Maar zij zeggen: Wij zullen daarin niet wandelen.’(Jer.6:16.) Is er enige rust te vinden voor de ziel zonder Jezus? Nee, nee, ‘lieflijkheden zijn in Uw rechterhand, eeuwiglijk.’(Psalm 16:11b) Dus nergens anders. Wilt u Zijn tegenwoordigheid, Zijn gemeenschap hebben, doet gelijk Zacheüs. Stelt u in den weg: Gelooft en wordt gedoopt, want langs die weg komt Hij. Doopt, ‘En zie, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen.’(Matth.28:20) het Amen volgt; dat zijn de afscheidswoorden van onze beste Vriend. Zullen wij deze laatste woorden van de Welbeminde niet eren en gehoorzamen?