3. Voorbeelden.

De heilige Schrift geeft ons voorbeelden van duizenden, die in rivieren werden gedoopt; allen die hun geloof beleden en hun zonden erkenden, en die op een leeftijdwaren, dat zij voor zich zelf konden antwoorden.

 

Eerste voorbeeld: Waar wij lezen van hen, van welke gezegd wordt, dat zij gedoopt werden door Christus, ‘Als dan de Heere verstond, dat de farizeeën gehoord hadden dat Jezus meer discipelen maakte en doopte dan Johannes.’ (Joh.4:1) Hij maakte hen discipelen, en doopte hen. Eerst waren zij discipelen, en daarna werden zij gedoopt; zij werden tot discipelen gemaakt, (Jezus maakte discipelen) Zij waren geen geboren discipelen, zij werden tot discipelen gemaakt door de prediking van Gods Woord, en daarop werden zij gedoopt.

 

Tweede voorbeeld: Dit vindt u in Hand. 2:41: ‘Die dan zijn woord gaarne aannamen, werden gedoopt; en er werden op dien dag tot hen toegedaan omtrent drieduizend zielen.’ De aanleiding daartoe vindt u in het 37e vers: ‘En als zij dit hoorden, werden zij verslagen in het hart’(Hand.2:37a) Zij waren beschaamd vanwege hun schuld, zij wisten niet wat te doen, de bewustheid van hun zonden lag zwaar op hun hart en zij riepen uit: ‘tot Petrus en de andere apostelen: Wat zullen wij doen, mannen broeders?’ (Hand.2:37b) De Apostel antwoordde hun: ‘Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen. Want u komt de belofte toe, en uw kinderen, en allen die daar verre zijn, zovelen als er de Heere onze God toe roepen zal. ‘(Hand 2:38-39) ‘Die dan zijn woord gaarne aannamen werden gedoopt.’ Genade is zoet voor een gewonde ziel. Deze ziel onttrekt zich aan geen verplichting; nee, nu aarzelt die mens niet meer, maar laat zich op het bevel van Christus vol vreugde in het water dompelen. De blijmoedige gelovigen zijn bereid de Heere dadelijk te gehoorzamen. ‘Die dan zijn woord gaarne aannamen, werden gedoopt; en er werden op dien dag tot hen toegedaan omtrent drieduizend zielen.’(Hand.2:41)[1]

 

Derde voorbeeld: Een ander voorbeeld leest u in Hand 8:12; ‘Maar toen zij Filippus geloofden, die het Evangelie van het Koninkrijk Gods en van den Naam van Jezus Christus verkondigde, werden zij gedoopt, beide mannen en vrouwen.’ Merkt op: Toen zij geloofden, zij in Samaria, ‘En Filippus kwam af in de stad van Samaría, en predikte hun Christus’ (Hand 8:5) voor zover wij weten, sommigen van die over wie de discipelen enige tijd te voren vuur van de hemel hadden willen afroepen. ‘Als nu Zijn discipelen Jakobus en Johannes dat zagen, zeiden zij: Heere, wilt Gij dat wij zeggen dat vuur van den hemel nederdale en dezen verslinde, gelijk ook Elía gedaan heeft? (Luk.:9:52)

Maar toen dezen geloofden, werden zij gedoopt, beide mannen en vrouwen. (Hand.8:12c)

O, al bent u nog zo dichtbij de hel, gelooft toch en laat u dopen; er is genade voor u. Maar, let wel op, dat zij die gedoopt werden, beleden gelovigen te zijn, en dat zij mannen en vrouwen waren.

 

Vierde voorbeeld: Een ander voorbeeld heeft u in de doop van de gelovigen in Hand.8:35-37. Wij lezen daar van de kamerling: ‘En Filippus deed zijn mond open, en beginnende van diezelve Schrift, verkondigde hem Jezus. En alzo zij over weg reisden, kwamen zij aan een zeker water; en de kamerling zeide: Ziedaar water; wat verhindert mij gedoopt te worden? En Filippus zeide: Indien gij van ganser harte gelooft, zo is het geoorloofd. En hij antwoordende zeide: Ik geloof dat Jezus Christus de Zone Gods is.’

Het indien, in vers 37, is het indien waarop wij staan; indien u de aller ellendigste, de aller slechtste bent, indien God u eenmaal tot het geloof brengt, dan mag u gedoopt worden, maar anders niet. Het was niet om zijn gelovige ouders; het was niet om zijn Bijbellezen; het was niet om zijn opgaan naar Jeruzalem om te aanbidden; het was niet om zijn bereidwilligheid tot de doop; maar het was op zijn geloof. ‘Indien gij van ganser harte gelooft, zo is het geoorloofd’ (Hand.8:37a) Dit is in overeenstemming met het gebod van Christus. Het is alleen geoorloofd voor gelovigen om gedoopt te worden.

Verder lezen wij in Hand 8:38: ‘En hij gebood den wagen stil te houden; en zij daalden beiden af in het water, zo Filippus als de kamerling, en hij doopte hem.’ Ziet een man, de schatmeester van de koningin van Ethiopië, een rijke man, een geëerde man, een godsdienstige man; een man, die een groot gevolg om zijn wagen heeft. Hij houdt de hele stoet op en gebiedt allen te wachten totdat hij gehoorzaamheid zal bewezen hebben aan zijn Heere en Meester in de waterdoop. Hij kan nu in het water gaan voor Hem, Die om zijnentwil uit de hemel was afgedaald. Het is hem geen oneer Christus te gehoorzamen, die tot hem spreekt door Zijn geringe dienstknecht Filippus. O, die gewillige vernedering, van de in waarheid begenadigde zielen! Er is geen enkele redenering of bespreking zo krachtig als de liefde! Daarom zegt Jezus in Joh.14:15; ‘Indien gij Mij liefhebt, zo bewaart Mijn geboden.’ Hier is een afdalen en een opkomen, net zoals de heerlijke wegen van Christus; eerst werpt Hij terneder, dan heft Hij op; eerst brengt Hij in het graf, en dan wekt Hij op. Zoals Jezus riep met grote stem: ‘Lazarus, kom uit!’ (Joh.11:43)

Verder lezen wij van de gedoopte kamerling: ‘en hij reisde zijn weg met blijdschap’ (Hand.8:39d)

Welk een overwinning is er in Christus' weg; in het houden, niet om het houden, van Zijn geboden is (evenals er zijn zal) grote loon. Wij lezen: hij reisde zijn weg en waarlijk, hier zien wij bevestigd: ‘En de rechtvaardige zal zijn weg vasthouden, en die rein van handen is, zal in sterkte toenemen.’(Job 17:9) Hoe velen zuchtten op hun weg, weenden op hun weg, verflauwden op hun weg; maar gedoopt

zijnde, gingen hun weg met blijdschap. De kamerling heeft een droevig hart gehad, hoewel hij een

rijke schatmeester was. Rijkdommen konden hem geen vrede geven, maar: ‘gedoopt zijnde, reisde hij zijn weg met blijdschap. Dit zelfde was ook het geval met de stokbewaarder die gedoopt was; ‘en verheugde zich dat hij met al zijn huis aan God gelovig geworden was.’ (Hand 16:34b)

 

Vijfde voorbeeld: Nu hebben wij het voorbeeld van de doop van de grote apostel Paulus. Lees Hand. 22:16: ‘En nu, wat vertoeft gij? Sta op, en laat u dopen en uw zonden afwassen, aanroepende den Naam des Heeren.’ Begeert u, dat uw ziel vervuld wordt met vreugde? Wilt u Christus aannemen als uw Heere en Verlosser? ‘En nu, wat vertoeft gij? Staat op en laat u dopen.’(Hand 22:16)

‘En Ananías ging heen en kwam in het huis; en de handen op hem leggende, zeide hij: Saul, broeder, de Heere heeft mij gezonden, namelijk Jezus, Die u verschenen is op den weg dien gij kwaamt, opdat gij weder ziende en met den Heiligen Geest vervuld zoudt worden.’ U was een vervolger en nu moet ik u laten zien, dat u een prediker zult zijn, die veel voor de goede zaak zult lijden. ‘Want Ik zal hem tonen hoeveel hij lijden moet om Mijn Naam.’ (Hand.9:16). En daarom; ‘Wat vertoeft gij? Sta op, en laat u dopen.’ Aanvaard dadelijk de bedieningen en de barmhartigheden der genade; Iaat die genade u welkom zijn en wijs ze niet af, ook niet voor een enkele dag. Waarom houdt u zich op? Vindt u uzelf onwaardig, en wacht u daarom? Laat u daardoor niet weerhouden; ik zeg u, als die het van den Heere hebt ontvangen, dat gij een uitverkoren vat bent. ‘Maar de Heere zeide tot hem: Ga heen, want deze is Mij een uitverkoren vat’ (Hand.9:15a) De Heere is gewillig al uw vroegere zonden te vergeven. en u aan te nemen in de Evangelische weg. ‘En nu, wat vertoeft gij? Sta op, en laat u dopen en uw zonden afwassen, aanroepende den Naam des Heeren.’ (Hand 22:16)

 

Zesde voorbeeld: Lees ook de bekering en de doop van de Stokbewaarder, zoals beschreven in Hand 16. ‘En zij spraken tot hem het Woord des Heeren, en tot allen die in zijn huis waren. En hij nam hen tot zich in dezelve ure des nachts, en wies hen van de striemen; en hij werd terstond gedoopt, en al de zijnen. En hij bracht hen in zijn huis en zette hun de tafel voor, en verheugde zich dat hij met al zijn huis aan God gelovig geworden was’(vrs 32-34). Laat ook deze doop u tot een voorbeeld zijn. De stokbewaarder ging naar bed in zijn zonden, en zou hebben kunnen ontwaken in de hel. Maar bewarende en voorkomende genade ontmoette hem, toen hij alreeds het zwaard trok, en redde hem beide naar lichaam en ziel. Maar Paulus riep met grote stem, zeggende: Doe uzelven geen kwaad; want wij zijn allen hier (vrs28).

‘Er is hoop voor u!’ De bevende man antwoordde: ‘Lieve heren, wat moet ik doen opdat ik zalig worde?’ (vrs30b) De ziel die voor de Almachtige God beeft, roept niet alleen uit: ‘Wat zal ik hebben’ maar ‘wat zal ik doen.’ ‘Geloof’ zegt Paulus, ‘Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden, gij en uw huis’ (vrs31). Om zijn bereidwilligheid om de Heere Jezus te gehoorzamen te bewijzen, om Hem in de weg van het Evangelie aan te nemen, liet de stokbewaarder zich in dat zelfde uur van de nacht dopen (vrs33). Merkt ook op dat zijn gehele huis geloofde en gedoopt werd (vrs 33/34) ‘Zo velen als er geloofden, zo velen werden er gedoopt.’ Er was eerst geloof, er werden alleen mensen in zijn huis gedoopt die hun geloof konden belijden en dat was zijn gehele huis.

 

Zevende voorbeeld: De geschiedenis van Lydia is nog een voorbeeld voor u. Deze lezen wij in Hand. 16:14-15 ‘En een zekere vrouw met name Lydia, een purperverkoopster, van de stad Thyatíra, die God diende, hoorde ons ; welker hart de Heere heeft geopend, dat zij acht nam op hetgeen van Paulus gesproken werd. En als zij gedoopt was en haar huis, bad zij ons , zeggende: Indien gij hebt geoordeeld, dat ik den Heere getrouw ben, zo komt in mijn huis en blijft er. En zij dwong ons.’

Een Godvrezende vrouw, een biddend vrouw. God opende haar hart om acht te slaan op Zijn woorden gesproken door Paulus, en bij de rivier zijnde, werd zij gedoopt. Als de harten gesloten blijven, hoe weerhouden zich de zielen om Christus te gehoorzamen! Een trekking van Christus, doet de ziel lopen, ‘Trek mij, wij zullen U nalopen. ‘De Koning heeft mij gebracht in Zijn binnenkameren; wij zullen ons verheugen en in U verblijden; wij zullen Uw uitnemende liefde vermelden, meer dan den wijn; de oprechten hebben U lief.’ (Hoogl.1:4) De Heere opende het hart van Lydia, zij geloofde en werd gedoopt. Indien de Heere uw hart opent, om het Evangelie te geloven en dit belijd, dan mag u gedoopt worden en anders niet. U leest ook hier weer, dat het gaat om geloof en belijdenis en baby kan geen belijdenis afleggen en werd dan ook niet gedoopt.

 

Achtste voorbeeld: Wij lezen in Hand.18:8: ‘En Crispus, de overste der synagoge, geloofde aan den Heere met geheel zijn huis, en velen van de Korinthiërs hem horende, geloofden en werden gedoopt.’ Crispus geloofde, zijn huisgezin geloofde, die hem hoorde geloofden; het kwam bij hen allen op het geloof en hun belijdenis aan en daarop werden zij gedoopt.

Al de voorbeelden hebben hetzelfde karakter; onderwijs, geloof, belijdenis en daarna de heilige doop.

Aldus hebt u voorbeeld en voorschrift. Indien gebod of voorbeeld enige kracht heeft, hier zijn ze beide. Ziet toe dat u niet zondigt tegen een zodanig duidelijke onderwijzing. Die zondigt tegen voorschrift en voorbeeld, zondigt inderdaad.

 


[1] Op de dag der eerstelingen kwamen de Joden, die onder de ceremoniële wetten leefden, naar Jeruzalem, zij kwamen om de eerste vruchten te offeren. Deze Joden waren besneden op de 8e dag, volgens het bevel aan Abraham gegeven. Zij werden na het aannemen van de woorden die Petrus door de Heilige Geest tot hen sprak, gedoopt door onderdompeling, volgens het bevel door de Heere Jezus Zelf gegeven. Hiermee wordt ontkracht dat de kinder-besprenkeling is gekomen in plaats van de besnijdenis, immers werden de besneden Joden gedoopt door onderdompeling, nadat zij gelovig waren geworden. De Heere Jezus heeft geen doop door besprenkeling ingesteld, maar doop door onderdompeling voor hen die Zijn woorden gelovig aannemen. Hij zegende de kinderen en liet de gelovigen onderdompelen. vert.