Wat is geloof

15-05-2020

Waar we ook komen, we vinden geloof. De één gelooft in zichzelf, de ander gelooft in God, weer een ander in Allah, Boeddha, Zeus of Apollo. Maar wat is nu eigenlijk de definitie van geloven? Geloven is je vertrouwen stellen op. Met ander woorden, hij of zij die in zichzelf gelooft, vertrouwt op eigen kracht. Hij die zijn vertrouwen stelt op bijvoorbeeld Apollo, erkent hem als de zonnegod, de god van het licht, kennis, genezing maar ook van plagen en duisternis, kunst, muziek en o.a. mannelijke jeugdigheid en schoonheid. Wanner er bij deze gelovige genezing plaatsvind, wordt Appollo gedankt. Voor deze persoon is Apollo een werkelijkheid. Zo is ook Boeddha een werkelijkheid voor de Boeddhist.

We kunnen met zekerheid zeggen dat ieder persoon op deze aarde gelooft. Zij die beweren dat de aarde met alles wat wij nu zien, is ontstaan in een miljoenen jaren durend proces van evolutie, geloven dat dat de waarheid is. Zij die beweren dat de aarde in zes dagen is geschapen door Jehovah, de God van Abraham, Izak en Jakob geloven ook. De één baseert zijn geloof op dat wat wetenschappers beweren, waarbij er steeds meer wetenschappers hun geloof verliezen vanwege nieuwe ontdekkingen, terwijl de ander zijn geloof baseert op de Bijbelse boodschap, die nu al zes duizend jaar in bijna heel de wereld haar levensvernieuwende kracht heeft bewezen.

Niemand van ons kan iemand dwingen om te geloven, een opgedrongen geloof kent geen kracht. De definitie van geloven is vertrouwen en dat kan alleen maar groeien in een relatie. Hoe bijzonder dat de God van hemel en aarde in een relatie met de door Hem geschapen mens wil leven. Wanneer wij de Bijbel lezen, bestuderen en beproeven met een verlangen om Die God Die Zichzelf daarin openbaart te kennen, dan zullen wij nooit beschaamd worden.

Helaas zijn er velen die de God van de Bijbel niet durven ontkennen maar Hem toch niet kennen als hun God en bron van Zaligheid, gerechtigheid en leven. Zij twijfelen of het geloven wel zin heeft, zij zien geen waarde in een levende relatie met God, kennen de kracht daar niet van vanuit hun omgeving en zien het geloof als een leven van geboden en verboden die eerder het leven beperken dan verrijken. Toch durf ik met heel mijn hart te zeggen dat het geloven in God niet zo zeer een verrijking is, het is; "het leven!" Ik durf te zeggen dat ik voordat ik God kende als mijn hemelse Vader, dacht dat ik leefde maar in werkelijkheid was ik dood en leefde een doelloos leven, waarbij ik altijd zocht naar vrede maar nooit bevrediging vond. Totdat mijn ogen open gingen voor de verschrikkelijke werkelijkheid dat ik, als het ware in een trein zat die straks zou stoppen op het eindstation, waar mijn leven getoetst zou worden op haar werkelijke waarde. Daar zou ik Hem ontmoeten Die mij het leven had gegeven maar aan Wiens roep ik nooit gehoor had gegeven, ik had niet voor Hem geleefd maar voor mijzelf, Zijn wil was voor mij niet zo belangrijk als mijn eigen wil. In het besef dat ik in het uur van beoordeling alleen maar veroordeeld zou kunnen worden, ervaarde ik dat mijn leven hopeloos verloren was en dat om eigen schuld. Ik had niet naar God gevraagd en dat terwijl Hij dagelijks voor mij zorgde, mij eten en drinken gaf, een zon die scheen en geliefden die mij verzorgden en van mij hielden. Hij had mij doen opgroeien in een gezin waar de Bijbel openging, toch had ik het nooit gekoesterd als het grootste geschenk dat ik op aarde bezat. In die Bijbel kon ik lezen dat God de Vader geen lust had in de dood van de goddeloze maar verlangde dat zij zich bekeerde en zouden leven (Ez. 18:23,32; 2 Petr. 3:9). Ik kon lezen dat God de Vader Zijn Zoon, de Heere Jezus Christus naar de aarde heeft gezonden om voor zondaren de schuld weg te dragen (Joh. 3:16). Hij, Jezus Christus was niet gekomen om de wereld te veroordelen maar om haar te behouden (Joh. 3:17). Toch had ik nooit gezien dat de Heere Jezus Christus, Die Zichzelf bekend heeft gemaakt als de Weg, de Waarheid en het Leven, ook voor mij alleen de weg ten leven kon zijn. Ik dacht dat ik leefde maar ik was dood. Ik geloofde wel dat God bestond en dat de Bijbel belangrijk was maar leefde niet in een gelovig vertrouwen dat God mijn God was. Wat een wonder als onze ogen opengaan voor de werkelijkheid en we beseffen dat wij de dood verdiend hebben vanwege onze zonden maar dat God Zijn Zoon zond, Die voor ons de dood is ingegaan opdat wij zouden leven. Nu ik dit gezien heb, en het gelovig heb omhelsd als de grootste genade mij geschonken, kan ik niet anders dan met Paulus zeggen: 'Wij dan, wetende den schrik des Heeren, bewegen de mensen tot het geloof, 2 Kor. 5:11.'

Ik geloof met mijn heel mijn hart dat er maar één God is; dat is de God Die Zichzelf in de Bijbel heeft geopenbaard als de Schepper van hemel en aarde. Hij gaf Zijn Zoon, opdat wij, die verloren liggen in zonde en schuld, door het gelovig vertrouwen dat ons onze zonden om Christus wil vergeven zijn, weer met Hem in een relatie zouden leven. Dat geloof alleen maakt het verschil tussen leven en dood. Geloven dat er een God is, is niet genoeg. Geloven dat alleen de God van de Bijbel de ware God is, is ook niet genoeg. Geloven dat de Heere Jezus Christus gekomen is om zondaren zalig te maken is ook niet genoeg. Geloven dat Jezus Christus Gods Zoon is, is ook niet genoeg, de duivelen geloofden dit ook (Matth. 8:29), toch zullen zij straks in de poel van vuur geworpen worden. Erkennen en toestemmen is niet genoeg, het komt aan op bekering en geloof. De bekering houd in dat we tot het inzicht komen dat we om eigen schuld verloren gaan, omdat wij tegen God gezondigd hebben. Die kennis kan verschillen per persoon, de één heeft meer dan de ander gezondigd maar in waarheid moet een ieder bekennen dat wij onszelf liever hebben gehad dan God en Zijn wil. Het feit alleen al dat we God niet op de eerste plaats hebben gezet moet ons duidelijk maken dat we de dood verdiend hebben. Dan hebben we het nog niet over onze gedachten vol opstand, begeerte, verkeerde lusten, gierigheid, boosheid en afgunst. Niet over onze daden die in essentie openbaren dat ons hart niet beter is dan dat van de dief, de moordenaar, de overspeler en de Godslasteraar. Bekering betekent een afkeren van dat patroon van zonde in het besef dat het een heilloze weg is, om ons te keren tot de levende God. Wanneer wij zien dat God niet uit is op onze dood maar ons het leven wil geven en dat leven geopenbaard heeft in Zijn Zoon. Dan rest ons niets dan ons in Zijn handen over te geven en dankbaar de aangeboden verlossing te omhelzen. Hoe gemakkelijk het misschien ook klinkt, het komen tot dit punt is zo'n groot wonder, omdat het hart van zichzelf daar tegen in opstand komt. Het wil zelf iets doen, het wil niet los laten en berusten in Gods welbehagen. Maar zij die het doen omdat zij niet anders meer kunnen en willen, vinden het leven en erkennen en getuigen dat zalig worden zo eenvoudig is.

Lieve vrienden, geloof in de Heere Jezus Christus en je zult zalig worden (Hand. 16:31). Vertrouw je leven toe aan God en besef dat Hij alleen het goede voor je zoekt. Besef ook dat heel het leven zonder geloof in de Heere Jezus Christus een doelloos leven is dat zal eindigen in de dood. Besef dat het onmogelijk is om God te behagen zonder een gelovig vertrouwen. De Bijbel zegt: 'Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Want die tot God komt, moet geloven, dat Hij is, en een Beloner is dergenen, die Hem zoeken, Hebr. 11:6.'

De Heere Jezus heeft gezegd: 'Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem, Joh. 3:36.' Besef hoe verschrikkelijk die toorn van God is die straks zal uitgegoten worden op alleen die niet hebben willen buigen voor God de Almachtige. Hij schonk Zijn Zoon, zouden wij dat geschenk langer verachten?

Het geloof maakt ons klein maar rijk. Het veracht eigen krachten, vernedert zich onder de hand van de Heere en rust op Christus Jezus alleen. Wanneer wij ons geheel aan Hem toevertrouwen dan kunnen we niet anders dan roemen in God de Vader, die Zijn Zoon zond. Johannes 1:12 leert ons dat we de Heere Jezus Christus moeten aannemen, alleen dan vinden wij de zaligheid. Zoals een hand de aangeboden gift aanneemt, zo is als het ware het geloof de hand die Christus aanneemt. Zonder dit geloof is ons leven arm en doelloos. Met dit geloof, ja door dit geloof zijn wij gerechtvaardigd, vrijgesproken van schuld en zonden en verzekerd van het eeuwige leven. De hoop verwacht verlangend dat wat wij gelovig omhelzen. De Bijbel zegt: 'Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest, Rom. 8:1.' Het geloof klampt zich daar aan vast en vertrouwt dat Christus de veroordeling voor ons heeft weggedragen. 'Het geloof nu is een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet, Hebr. 11:1.' Abel, Henoch, Noach, Abraham, Izak, Jakob en Sara en zoveel anderen hebben God geloofd en dwars door de grootste onmogelijkheden heen vertrouwd dat Hij zou waarmaken dat wat Hij beloofd. Zij zijn nooit beschaamd uitgekomen. 'Want de Schrift zegt: Een iegelijk, die in Hem gelooft, die zal niet beschaamd worden. Want een iegelijk, die den Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden, Rom. 10:11,12.' Kies dan nu het leven straks kan het te laat zijn. Er is werkelijk niets heerlijkers dan een leven heel dicht bij God. Wat een zegen om als een kind aan de hand van de Vader te wandelen. Zie op Jezus, geloof in Hem en je zult leven. Wilco Vos Veenendaal 30-04-2020