Woorden van de opgestane Jezus – Hebt gij Mij lief?

01-05-2020

'Toen zij dan het middagmaal gehouden hadden, zeide Jezus tot Simon Petrus: Simon, Jona's zoon, hebt gij Mij liever dan dezen? Hij zeide tot Hem: Ja, Heere, Gij weet dat ik U liefheb. Hij zeide tot hem: Weid Mijn lammeren. Hij zeide wederom tot hem ten tweeden male: Simon, Jona's zoon, hebt gij Mij lief? Hij zeide tot Hem: Ja, Heere, Gij weet dat ik U liefheb. Hij zeide tot hem: Hoed Mijn schapen. Hij zeide tot hem ten derden male: Simon, Jona's zoon, hebt gij Mij lief? Petrus werd bedroefd, omdat Hij ten derden male tot hem zeide: Hebt gij Mij lief? en zeide tot Hem: Heere, Gij weet alle dingen, Gij weet dat ik U liefheb. Jezus zeide tot hem: Weid Mijn schapen. Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Toen gij jonger waart, gorddet gij uzelven, en wandeldet alwaar gij wildet; maar wanneer gij zult oud geworden zijn, zo zult gij uw handen uitstrekken, en een ander zal u gorden, en brengen waar gij niet wilt. En dit zeide Hij, betekenende met hoedanigen dood hij God verheerlijken zou. En dit gesproken hebbende, zeide Hij tot hem: Volg Mij, Joh. 21:15-19.'

Daar aan de zee van Tiberias zit de opgestane Jezus met Zijn discipelen rond het vuur. De avond ervoor had Petrus geopperd om te gaan vissen, zes andere discipelen gingen met hem. De hele nacht hadden ze gevist en niets gevangen. Toen daar aan de oever, de voor hen onbekende man, hen vroeg of zij wat te eten hadden, hadden zij een "nee" moeten verkopen, Hij zei hen dat zij het net aan de rechterzijde moesten werpen, waarop zij honderddrie en vijftig grote vissen vingen. Toen Johannes tegen Petrus zei dat de man aan de oever hun Meester was, sprong hij in het water om zo snel mogelijk bij Zijn Meester te zijn. Hoe heerlijk is het om steeds dat vuur in Petrus te zien, je proeft zo die pure liefde. Maar tegelijk is het juist Petrus die in zijn oprechte gedrevenheid steeds opnieuw geconfronteerd moest worden met zijn zwakheid.

Had Petrus niet gezegd dat hij zich nooit aan Jezus zou ergeren? Had hij niet gezegd met Jezus te willen sterven, al zouden alle anderen Hem verlaten? Toch was het juist Petrus die daar bij het vuur in de zaal van Kajafas zijn Meester tot drie keer had verloochend. Met vloeken en eed zweren had hij beweerd Jezus niet te kennen. Nooit zou Petrus dat moment vergeten waarop Jezus hem aankeek met ogen vol liefde die als het ware vroegen: 'Petrus ken jij Mij niet?' Hoe bitter heeft hij gehuild toen hij zijn Meester daar zag, de haan hoorde kraaien en besefte dat hij het niet waard was ooit nog in de nabijheid van zijn Meester te zijn.

Hij had gezien hoe zijn Meester daar hing aan dat vervloekte kruishout. Hij had gezien dat zijn Meester niet meer in het graf was. Toch had ook hij, afzonderlijk van de anderen, zijn opgestane Meester ontmoet zoals Paulus omschrijft: 'En dat Hij is van Céfas gezien, daarna van de twaalve, 1 Kor. 15:5.' Nee, God had hem niet verworpen.

Het vuur in Petrus was ondanks de zwakheid van zijn zondige vlees toch een liefdevuur van God ontstoken. Petrus moest leren dat in hem geen goeds woont maar dat hij al zijn krachten alleen van God moest verwachten. Daar klinkt de stem van Jezus: 'Simon, Jona's zoon, hebt gij Mij liever dan dezen?' Hier wordt Petrus beproeft, zijn woorden en daden voor de kruisiging waren veelbelovend geweest en toch was daar dat inktzwarte moment geweest waar Petrus aan de kant van de tegenpartij had gestaan. Hoe had hij zijn Meester verloochend in het uur waarin Jezus vals beschuldigd, bespot en geslagen werd. Nee, Petrus had toen niets laten merken van zijn liefde voor Jezus. Dan nu die vraag: 'hebt gij Mij liever dan deze?' Is het echt zo, dat hoewel je met je woorden vaak aangaf dwars door het vuur te gaan voor je Meester, dat je Hem echt liever hebt dan al die andere volgelingen van Jezus? O wat een pijnlijk onderzoek, van Petrus staat geschreven dat hij zijn Meester verloochende, van de anderen niet. Toch klinkt daar vanuit dat hart van Petrus het getuigenis: 'Ja, Heere, Gij weet dat ik U liefheb.' Petrus gaat zich niet verontschuldigen, hij herinnert zich heus wel dat moment dat Jezus naar hem keek. Tegelijk weet hij ook dat Jezus zijn hart als geen ander kent. Dan klinkt de stem van Jezus: 'Weid Mijn lammeren.' Wat een bijzondere reactie, geen veroordelingen, geen woorden over die diepe pijnlijke val van Petrus. Hier roept Jezus Petrus op om de lammeren van Jezus kudde in de grazige weiden van het evangelie te leiden. Hij mag ze voeden en leren om in alles op God de Vader door het geloof in de Heere Jezus Christus te vertrouwen. Hoe groot is toch Gods trouw, hoe wonderlijk dat Hij zwakke, in zichzelf totaal onbekwame mensen, roept en zendt om Zijn herders te zijn.

Opnieuw klinkt de stem van Jezus, nu zonder te refereren aan anderen: 'Simon, Jona's zoon, hebt gij Mij lief?' Waarom opnieuw die vraag? Kent Jezus dan het hart van Petrus niet? Weet Hij niet wat daarin leeft? Kent hij niet dat pijnlijke verdriet in Petrus hart dat hem zo levendig zijn angst, vloeken en eedzweren doen herinneren? O jawel, maar Jezus beproeft het hart van hen die Hem belijden. Hij wil hun getuigenis horen. 'Want met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid, en met den mond belijdt men ter zaligheid, Rom. 10:10.' Opnieuw zegt Petrus: 'Ja, Heere, Gij weet dat ik U liefheb.' Als het ware doet Petrus een beroep op het hart van zijn Meester, Hij weet het, niets is voor Hem verborgen. Dan zegt Jezus: 'Hoed Mijn schapen.' Petrus krijgt de opdracht om schapen te hoeden, nee niet om vissen te vangen maar om mensen in grazige weiden te leiden en hen te hoeden zoals alleen een goede herder dat doen kan. Hij moet ze beschermen tegen de wolven, hij moet hen weerbaar maken en leren onderscheiden wat van de mens en wat van God is. Hij moet hen leren af te zien van eigen krachten om het alleen van God te verwachten. Opnieuw klinkt Jezus stem: 'Simon, Jona's zoon, hebt gij Mij lief?' Nu wordt het te veel voor Petrus, verdriet vervult zijn hart, waarom tot drie keer toe die vraag? Zou hij nu denken aan de drie keer dat hij bewees meer liefde tot zichzelf te hebben dan tot Jezus? Als het ware zucht hij het uit: 'Heere, Gij weet alle dingen, Gij weet dat ik U liefheb.' Dit is de plek waar Jezus Petrus hebben wil. Deze paar woorden zijn als het ware een schreeuw vanuit het hart, 'Heere U kent mijn verlangens, U kent mijn gedachten, mijn twijfelingen en mijn struikelingen maar U weet toch dat ik U liefheb met heel mijn hart?' Petrus geeft zich geheel aan zijn Meester. Waarop Jezus hem voor de derde keer bevestigt ja als het ware hersteld in zijn roeping tot een visser van mensen, met de woorden: 'Weid Mijn schapen.'

Deze les is nodig geweest om Petrus tot een vurige maar tegelijk zachtmoedige herder te kneden. Later onderwijst hij de lammeren en de schapen: 'Vernedert u onder de krachtige hand Gods, opdat Hij u verhoge te zijner tijd, 1 Petr. 5:6.' Hij wees op de trouwe zorg van God met de woorden: 'Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u, 1 Petr. 5:7' De levende hoop in het hart van Petrus is nooit uitgeblust, hij had geleerd te leven vanuit de kracht van Christus opstanding. Hoor wat hij als het ware heeft uitgejubeld: 'Geloofd zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die naar Zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden; Tot een onverderfelijke en onbevlekkelijke en onverwelkelijke erfenis, die in de hemelen bewaard is voor u, Die in de kracht Gods bewaard wordt door het geloof tot de zaligheid, die bereid is om geopenbaard te worden in den laatsten tijd, 1 Petr. 1:3-5.'

Petrus krijgt tegelijk met deze bijzondere herstelling en bekrachtiging van de liefdesrelatie te horen dat hij op een bijzondere manier zal sterven. 'Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Toen gij jonger waart, gorddet gij uzelven, en wandeldet alwaar gij wildet; maar wanneer gij zult oud geworden zijn, zo zult gij uw handen uitstrekken, en een ander zal u gorden, en brengen waar gij niet wilt.' Hoewel hij goed besefte dat er aan zijn leven een einde zou komen (2 Petr. 1:14) heeft hij niet nagelaten om de genade en vrede in onze Heere Jezus Christus te verkondigen. Heel zijn bediening stond in het teken van een oproep aan de lammeren en de schapen om de roeping en verkiezing vast te maken, om vast verzekerd de ingang in het eeuwige Koninkrijk van onze Heere Jezus Christus te verwachten (2 Petr. 1:11).

Nadat Jezus gesproken had over het einde van Petrus, sprak Hij: 'Volg Mij.' Wat een inhoud in deze twee woorden. "Zie op Mij, verblijd je in Mij, verlaat je op Mij, vertrouw Mij en doe als Mij." Als Petrus dan Johannes ziet volgen vraagt hij Jezus naar Johannes. Waarop Jezus zegt: 'Indien Ik wil dat hij blijft totdat Ik kom, wat gaat het u aan? Volg gij Mij, Joh. 21:22' Jezus zegt hier niet dat Johannes niet zal sterven maar maant Petrus om zich niet druk te maken over anderen maar Jezus te volgen zonder te vragen.

Lieve vrienden, de vraag die Jezus vandaag aan ons stelt is: 'Heb je Mij lief?' Laten wij ons hart onderzoeken! Brand er in ons hart een liefdevuur dat verlangt naar meer van Jezus te kennen? Of blijft ons hart koud als we nadenken over Jezus en Zijn vraag; 'Hebt gij Mij lief?' Neem de Bijbel en lees, ontdek hoe lief God de Vader deze wereld heeft gehad om Zijn Zoon te zenden, opdat zondaren Hem zouden kennen als de Bron van liefde. Bedenk dat Johannes heeft gezegd: 'God is liefde.' Ja, ik heb Hem lief omdat Hij mij eerst heeft liefgehad. Kom, laten wij Hem volgen. Amen.

Wilco Vos Veenendaal 16-04-2020