Woorden van Jezus aan het kruis

10-04-2020

'En Hij dragende Zijn kruis, ging uit naar de plaats genaamd Hoofdschedelplaats, welke in het Hebreeuws genaamd wordt Golgotha; Alwaar zij Hem kruisten, en met Hem twee anderen, aan elke zijde een, en Jezus in het midden, Johannes 19:17,18.'

In de achterliggende tijd hebben we nagedacht over de woorden van de Heere Jezus met als uitgangspunt het Evangelie van Mattheüs. We hebben ontdekt dat als we de andere evangeliën er naast leggen, de evangeliën elkaar niet tegenspreken maar aanvullen. Verder hebben we gezien dat we het geheel aan evangeliën nodig hebben om het complete verhaal te begrijpen. We hebben ontdekt hoe zegenrijk het is om de woorden van Jezus te overdenken, ons daarover te verwonderen en ons leven daar naar te richten. We hebben nagedacht over de woorden die Hij sprak terwijl het bittere lijden Hem tot bloedens toe beangstigde. Verder hoe Hij als een Lam ter slachting werd geleid en voor Annas, Kajafas, Pilatus en Herodus moest verschijnen, die Hem als rechtvaardig hebben geoordeeld, terwijl Hij als een schaap dat stom was voor het aangezicht van zijn scheerders, Zijn mond niet opendeed. Toch heeft Pilatus, onder druk van het Joodse volk, Jezus als de Koning der Joden overgeleverd om gekruisigd te worden.

Er staat geschreven; 'Vervloekt is een ieder die niet blijft in wat geschreven staat in het boek der wet om dat te doen.' Heel de wereld ligt verloren in zonde en schuld, vijanden van God, die uit zichzelf niet naar God zoeken of vragen, maar verkiezen te wandelen naar eigen keuze, worden geroepen om zich af te keren van de weg die leidt tot het verderf en te zien op het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt. Heel de mensheid is van God afgekeerd en gaat gebukt onder de gevolgen van de zonden, de zegen van God is veracht waardoor de vloek gekomen is over alle mensen. Hoe heerlijk is dan de blijde boodschap, dat God gedachtes van vrede heeft gehad en niet van kwaad. Hij Zelf is gekomen om te zoeken en zalig te maken dat wat verloren is. 'Vervloekt is een iegelijk die aan het hout hangt', zo leert ons de heilige wet van God. Daar op Golgotha zien we de Zoon van God, Christus, de Gezalfde, geworden tot een vloek om ons van de vloek der wet te verlossen (Gal. 3:13).

Daar aan dat vloekhout op Golgotha hangt Hij die hemel en aarde schiep en alle macht heeft in de hemel en op de aarde. Hij die heel de mensheid in één woord kon vernietigen verkoos Zichzelf te offeren, zodat vijanden, kinderen Gods zouden worden. Daar aan dat kruis nam Hij, de Onschuldige en Rechtvaardige, de plaats in van de schuldigen, Hij onderging vrijwillig dit smartelijke lijden waar de toorn van God over de zonden Hem verbrijzelde. Niemand nam Zijn leven, Hij had gezegd: 'Niemand neemt hetzelve van Mij, maar Ik leg het van Mijzelven af; Ik heb macht hetzelve af te leggen en heb macht hetzelve wederom te nemen. Dit gebod heb Ik van Mijn Vader ontvangen, Joh. 10:18.'

Daar aan dat kruis hebben woorden van onze gezegende Heiland geklonken en die woorden willen wij overdenken, met ons meedragen en koesteren. De woorden van Jezus aan het kruis gesproken kunnen we vinden als we de vier evangeliën naast elkaar leggen.

Terwijl Hij daar hangt als een verstotene van de aarde, wordt zijn kleding verdeeld en gaat de profetie van Psalm 22 in vervulling: 'Zij hebben Mijn klederen onder zich verdeeld en hebben het lot over Mijn kleding geworpen, v19.' Links en rechts van Hem hangen twee moordenaars waarmee ook de Profetie van Jesaja 53 wordt vervuld: 'En Hij is met de overtreders geteld geweest, v12.' De mensen die langs lopen, schudden hun hoofden bij het zien van Jezus met boven Zijn hoofd geschreven: 'Deze is Jezus, de Koning der Joden.' Daar klinkt de spotroep: 'Gij, Die de tempel afbreekt en in drie dagen opbouwt, verlos Uzelf; Indien Gij de Zone Gods zijt, zo kom af van het kruis Matth. 27:40.' Ook de overpriesters, de Schriftgeleerden, de ouderlingen en de farizeeën spotten: 'Anderen heeft Hij verlost, Hij kan Zichzelven niet verlossen. Indien Hij de Koning Israëls is, dat Hij nu afkome van het kruis, en wij zullen Hem geloven, Matth. 27:42.' Wat een tragedie, hier hangt de Bron van liefde, goedheid en gerechtigheid, beschimpt door hen die het volk zouden moeten voorgaan in het navolgen van Jezus. 'Hij heeft op God betrouwd, dat Hij Hem nu verlosse, indien Hij Hem wel wil; want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon, Matth. 27:43.' Al die "indiens" getuigen van hun ongeloof en zijn niets dan een Godslasterlijk tarten van God tot in het diepst van Zijn wezen. Ja zelfs de moordenaars aan het kruis schromen niet om in dit laatste uur van hun leven te spotten met Jezus de Koning der Joden. Wat zien we hier de zwartheid van het menselijk bestaan, hoe diep is de mens gevallen en wat is zij als ze de zonden van het hart uitleeft.

Daar klinkt de stem van Jezus vanaf het kruis: 'Vader vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen, Luk. 23:34.' In plaats van een schreeuw om vuur van de hemel, pleit Hij om vergeving voor hen die in Zijn ogen niet weten wat ze doen. Hoe heerlijk is toch dit gebed. Wie van ons kan hier geen troost uit putten? Het waren niet zozeer de hamerslagen van de Romeinen, die de door de Joden verworpen en overgeleverde Jezus aan het kruis hebben genageld, het waren ook niet zozeer de doornen die Zijn hoofd doorwonden, die het lijden voor Hem zo zwaar maakten, nee, ook niet de bespottingen van de leiders van het volk, maar het waren onze zonden welke Hem daar deden lijden. Ook om onze zonden riep Hij daar: 'Vader vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.' Vrienden, hebt goede moed, niemand heeft te veel gezondigd, niemand hoeft te zeggen, het is te laat.

Leer van de moordenaar aan het kruis, die op het laatst tot inzicht kwam en inzag dat hij rechtvaardig moest sterven, terwijl Jezus daar als de Rechtvaardige niets verkeerds had gedaan. Hoor wat hij vanaf het kruis tot Jezus sprak: 'Heere, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn.' Eén kreet vanuit zijn hart tot de Middelaar Gods, Die daar hing om Zijn leven te geven voor zondaren, was genoeg tot zijn behoud. Deze man geloofde dat Jezus de Koning was, Hij zag met zijn stervende oog zoveel rijkdom in Jezus dat hij al stervende de Zaligmaker omhelsde om nooit meer los te laten. Jezus zei tot Hem: 'Voorwaar zeg Ik u: Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn, Luk.23:43.' Met welk een geluk is hier het hart van deze stervende zondaar vol gestroomd, terwijl hij werd aangenomen door God de Vader als Zijn kind. Vrienden, hebt goede moed, zie het Lam Gods, Hij is niet gekomen om de wereld te veroordelen maar om haar te behouden. Daar ziet Hij Zijn lieve moeder en Zijn geliefde discipel Johannes, hoor hoe Zijn liefde en tedere zorg blijkt uit de woorden die Hij tot hen sprak: 'Vrouw zie uw zoon', en zoon 'zie uw moeder, Joh. 19:26,27.' In dit smartelijke lijden draagt Hij zorg voor Zijn geliefden, waarop Johannes de moeder van Jezus in huis neemt.

Ten tijde van het morgenoffer om 9 uur in de morgen, volgens de Joodse tijdsberekening ten derde ure, werd Jezus aan het kruis genageld (Mark. 15:25). Na drie uur lijden werd het om 12 uur in de middag (de zesde ure) duister op heel de aarde. Daar in dat duister heeft de Zoon van God de strijd tegen de machten van de duisternis gestreden. Daar moest Hij in een grote Godsverlating worstelen om zondaren te bevrijden uit de machten der duisternis. Na drie uur van diepe strijd wordt het ten negende ure om 3 uur 's middags weer licht terwijl Jezus met grote stem uitroept: 'ELOÏ, ELOÏ, LAMMA SABACHTHANI?' Wat betekent: 'Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? Mark. 15:34.' Waarom? Om ons te verlossen van de machten van de duisternis opdat wij nooit meer van God verlaten zouden worden.

Jezus wist dat het einde van het lijden gekomen was en opdat de Schrift vervuld zou worden, riep Hij uit: 'Mij dorst, Joh. 19:28.' Onder spotgeroep werd Hem edik te drinken gegeven zoals de Profeet het had voorzegt: 'Ja zij hebben Mij gal tot spijze gegeven en in Mijn dorst hebben zij Mij edik te drinken gegeven, Ps. 69:22.' Daar hing de Herder der schapen Die Zijn leven gaf om verloren schapen het leven te geven. Met een krachtige stem riep Hij uit: 'Het is volbracht, Joh. 19:30.' De strijd was gestreden, dat waar al de schaduwachtige offers naar hadden gewezen was nu tot volheid gekomen, het Lam gaf Zijn leven om de zonde te verzoenen, Zijn bloed reinigt van alle zonden. Nog eenmaal klinkt de stem van de Gezalfde Zone Gods: 'Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest, Luk. 23:46.' Ten tijde van het avondoffer buigt Jezus Zijn hoofd en geeft de geest. Hoe groot is onze God, hoe volmaakt is Zijn heilsplan, daar in de eeuwigheid klonk Zijn stem; "Ik kom om Uw wil te doen, Ik heb lust, o Mijn God om Uw welbehagen te doen." Brandoffers en offers konden niet voldoen, het voorhangsel scheurde van boven naar beneden, want met dit ene offer heeft Hij in eeuwigheid volmaakt diegenen die geheiligd worden( Psalm 40 / Hebr. 10). Vrienden zie het Lam Gods, ja waarlijk Hij is Gods Zoon, neem tot Hem, voor het eerst en steeds opnieuw de toevlucht. Verblijd u in de Heere en laat Zijn vrede uw harten vervullen, nog even en Hij komt, ja Hij komt. Hallelujah. 

Wilco Vos Veenendaal 24-03-2020