Woorden van Jezus - Al wat gij op de aarde binden zult, zal in den hemel gebonden wezen

09-05-2019

'Maar indien uw broeder tegen u gezondigd heeft, ga heen en bestraf hem tussen u en hem alleen; indien hij u hoort, zo hebt gij uw broeder gewonnen. Maar indien hij u niet hoort, zo neem nog een of twee met u; opdat in den mond van twee of drie getuigen alle woord besta. En indien hij denzelven geen gehoor geeft; zo zeg het der gemeente; en indien hij ook der gemeente geen gehoor geeft, zo zij hij u als de heiden en de tollenaar. Voorwaar zeg Ik u: Al wat gij op de aarde binden zult, zal in den hemel gebonden wezen; en al wat gij op de aarde ontbinden zult, zal in den hemel ontbonden wezen. Wederom zeg Ik u: Indien er twee van u samenstemmen op de aarde, over enige zaak, die zij zouden mogen begeren, dat die hun zal geschieden van Mijn Vader, Die in de hemelen is. Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen, Matth. 18:15-20.'

De voortgang van het Koninkrijk der hemelen, dat is de context van onze overdenking. Alles wat de uitbreiding van dat Koninkrijk in de weg staat, doordat het bijvoorbeeld mensen ergert of tot aanstoot is, moet voorkomen of uit de weg geruimd worden. Jezus, de Zoon van God wilde niemand tot aanstoot zijn, maar zocht het heil, de gezondheid en dat wat tot opbouw diende van de mensen om Hem heen. Hij was gekomen naar deze aarde, legde Zijn heerlijkheid af door als de Schepper van de hemel en de aarde, Zijn schepsel te dienen en Zich te laten doden door hen voor wie Hij Zijn leven gaf. Onuitsprekelijke liefde, geopenbaard aan ons mensen opdat wij door het geloof in Jezus, als geliefde kinderen van God, deel zouden krijgen aan het Koninkrijk der hemelen.

Wee diegene die de bevordering van dit Koninkrijk in de weg staat, wee diegene die kinderen verhindert om hun hart aan de Heere Jezus te geven in een kinderlijk vertrouwen dat Hij de Goede Herder is Die Zijn leven gaf voor Zijn schapen. Wee diegene die jeugd en volwassenen afhoudt om in kinderlijk vertrouwen te gaan tot Jezus, ja wee diegene die een schaduw werpt op de liefde van God, ons geopenbaard in Jezus de Zaligmaker.

Vrienden wat uw achtergrond ook is, hoe ongehoorzaam, trots, brutaal of ondeugend u ook geweest bent, Jezus is niet gekomen om rechtvaardigen maar zondaars te verlossen. Verstopt u niet voor God, kom tevoorschijn zoals u bent, weet dat Hij u allang kent, Hij kent uw verleden, uw gedachten en verlangens. Belijdt deze eenvoudig aan Hem, schuil achter het bloed van Jezus en weet dat eenieder die tot Hem komt, het eeuwige leven ontvangt.

Vandaag worden we geroepen na te denken over het omgaan met de broeder of zuster die tegen ons gezondigd heeft. Misschien is het u wel eens opgevallen dat ik in mijn overdenkingen spreek over vrienden en broeders en zusters, waarbij ik bij vrienden doel op eenieder die deze overdenkingen leest of luistert. Hoewel er gradaties zijn in vriendschappen en de ene vriend of vriendin je meer aan het hart ligt dan de ander, geloof ik dat ik mijn buurman net zo goed als vriend mag zien als diegene die ik voor het eerst ontmoet en met wie ik een vriendelijk woordje wissel. Sommige vrienden zijn je veel waard terwijl je anderen maar oppervlakkig ken. Zo ook bij broeders en zusters, hoewel zij ook vrienden en vriendinnen zijn, zijn zij toch op een bijzondere wijze aan elkaar verbonden. Mijn broeders en zusters zijn zij, die geloven dat het bloed van Jezus Christus hen gereinigd heeft van al hun zonden. Het zijn zij, die in hun leven zoeken Jezus te volgen en verlangen meer en meer de stem van God te verstaan. Met hen ben ik verbonden door een bovennatuurlijke liefde; het bloed van Jezus bracht ons samen. De één woont in Nederland en de ander in Afrika, Azië, Australië, Canada of ergens anders. De één is een baptist, de ander een kinderdoper, weer en ander is van de pinkstergemeente of een hervormde gemeente en hoewel er onderling verschil van inzicht is en we soms echt niet kunnen begrijpen hoe we dit moeten verklaren of hoe een broeder of zuster zo kan denken, we zijn verbonden door een band van liefde die iedere aardse band overstijgt. Het is mijn verlangen dat we als broeders en zusters meer en meer gaan zien hoe rijk we zijn in Christus en dat we samen met elkaar groeien in geloof, gerechtigheid en heiligheid om straks als een reine bruid onze geliefde Heiland te ontmoeten.

Helaas komt het ook voor dat broeders en of zusters elkaar pijn doen, het kan zijn dat een broeder slecht spreekt over een andere broeder. Het kan zijn dat een broeder door zijn gedrag een aanstoot is voor de andere broeder. Net zoals in een gezin broertjes en zusjes elkaar pijn kunnen doen, zo is dat ook in het gezin van God. En Jezus roept ons op om dit als familie op te lossen.

Als kinderen in een gezin ruzie maken dan hoeft de buurjongen er niet bij te worden geroepen om het op te lossen. Zo zouden broeders en zusters met elkaar tot een oplossing moeten kunnen komen zonder dat er iemand van buiten het gezin van God in betrokken hoeft te worden. Jezus leert ons om in de eerste plaats te proberen het één op één op te lossen.

Als ik hoor dat er slecht over mij gesproken is, door broeder Jan, dan word ik door God geroepen om niet slecht over broeder Jan te spreken of broeder Piet erin te betrekken maar zelf naar broeder Jan toe te gaan en met een vergevingsgezinde houding te spreken over de kwestie. Dit belangrijke principe blijkt in de praktijk zo moeilijk te zijn. Het is zoveel gemakkelijker om over een ander te spreken dan met de ander. Mocht ik in navolging van Jezus opdracht, de moed verzamelen en met een biddend hart en een vergevingsgezinde instelling op broeder Jan af te stappen, dan is het de vraag hoe broeder Jan reageert. Hopelijk komen we eruit, belijdt Jan zijn schuld en geven we elkaar een broederlijke, heilige hand, kus of knuffel en gaan we samen voorwaarts op het spoor der gerechtigheid.

Mocht Jan, om welke reden dan ook, niet willen luisteren en zich verharden dan is het gevaar groot dat bitterheid in mijn of Jans hart gaat groeien. Jezus roept ons op om nog één of twee andere broeders mee naar Jan te nemen in overeenstemming met het Oude Testament dat ons leert: 'Een enig getuige zal tegen niemand opstaan over enige ongerechtigheid of over enige zonde, van alle zonde, die hij zou mogen zondigen; op den mond van twee getuigen, of op den mond van drie getuigen zal de zaak bestaan, Deut. 19:15.' De andere broeders die net als ik het goede voor Jan en de gemeente van God zoeken, kunnen ons bijstaan en met hun ervaring misschien net weer dingen opmerken of aandragen die Jan en ik niet zien. Hopelijk komen we nu tot verzoening om samen weer in vreugde de voetstappen van Jezus te volgen.

Mocht Jan toch ook nu niet willen luisteren, dan moet het openbaar komen in de gemeente om de ergernis en het spreekwoordelijke gevaarlijke gezwel weg te nemen voordat het de gehele gemeente ziek maakt. Jan moet worden behandeld als de heiden en de tollenaar, hij mag niet meer deelnemen aan de gemeentelijke momenten en is, hoe verdrietig ook, uitgesloten van de broodbreking.

Waarom? Omdat de gemeente van Christus een heilige reine gemeente dient te zijn. De liefde behoort centraal te staan en de eenheid, in onderwerping aan het Woord van God, boven alles te worden bevorderd. Alles wat hierin een ergernis of aanstoot vormt moet worden opgeruimd. Tegelijk is het, het gebed van de gemeente dat Jan tot inzicht komt en weer opgenomen kan worden in de kudde van de Goede herder.

'Voorwaar zeg Ik u: Al wat gij op de aarde binden zult, zal in de hemel gebonden wezen; en al wat gij op aarde ontbinden zult, zal in de hemel ontbonden wezen.' Als er twee samenstemmen over een zaak dan zal dat geschieden. Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden.

Om deze woorden goed te kunnen plaatsen moeten wij ons verplaatsen naar de tijd dat zij werden uitgesproken. Het sanhedrin bestaande uit 71 mannen, een hogepriester, priesters, farizeeërs en sadduceeërs die door handoplegging waren aangesteld, hadden de macht om te binden en te ontbinden. Dat betekent dat zij bindende uitspraken konden doen, zij spraken recht en verbonden man en vrouw aan elkaar door huwelijks verbonden te bevestigen. Deze macht werd gezien als een geestelijke macht, het huwelijk of de rechtspraak door de leden van het sanhedrin gesloten of uitgesproken, waren daarom ook in de hemel gesloten of bevestigd. Nu heeft de Heere Jezus deze macht niet gegeven aan de Roomse Kerk maar aan de broeders die in de voetstappen van Jezus wandelen. De discipelen van Jezus worden opgeroepen om deze principes in praktijk te brengen en in biddende afhankelijkheid de eenheid van de gemeente te zoeken. Hoe wonderlijk mooi als er zulke plaatselijke gemeentes gevonden worden, waar de oudsten mannen vol van de Heilige Geest zijn en de broeders en de zusters verlangen om in alles onderworpen te zijn aan het Woord van God. Een plaatselijke gemeente waar de liefde van Jezus beleefd en uitgeleefd wordt, daar zal ook Zijn opdracht in praktijk worden gebracht. Daar woont de Geest des Heeren en daar wordt de vrijheid genoten. Gezegend die plaatselijke gemeente, en gezegend zij die daar deelgenoot van mogen zijn. God zij dank is er voor hen, die om welke reden dan ook niet kunnen gaan naar zo'n gemeente, de belofte dat ook daar waar twee of drie in Zijn Naam samenzijn de Heere zelf aanwezig is. In verbondenheid aan alle broeders en zusters over de wereld verspreidt mogen zij zich één weten, veilig in Jezus armen. Amen.

Wilco Vos Veenendaal 18-03-2019