M28 Een minder bekende boodschap van Jezus (deel 2)

15-07-2016 09:03

‘Toen kwamen de discipelen van Johannes tot Hem, zeggende: Waarom vasten wij en de Farizeen veel, en Uw discipelen vasten niet? Matth. 9:14.’

 

Toen kwamen de discipelen van Johannes tot Jezus. Het was op dat moment dat Jezus, Levi de tollenaar geroepen had om Hem te volgen. De farizeeën hadden Jezus zien zitten in het huis van de gelukkige Levi. Vele tollenaars en zondaren waren daar aanwezig en aten samen met Jezus en Zijn discipelen. Wat een gelukkige dag is dat geweest in het leven van deze Levi. Maar voor hen, de vrome farizeeën, was het een doorn in het oog. Zij hebben de vraag gesteld hoe het mogelijk was dat Hij dit deed. Zijn antwoord was scherp, helder en tegelijk zo vol liefelijk Evangelie voor allen die Zijn stem horen. Hij is niet gekomen om rechtvaardigen te roepen maar zondaren. Rechtvaardigen in eigen oog hebben Hem niet nodig, maar zij die weten dat zij zondaars zijn, mogen tot Hem komen. De schuld die zij gemaakt hebben, heeft Hij vrijwillig op Zich genomen. O welk een Heiland is Hij, Zijn bloed, gestort op Golgotha, reinigt van alle zonden.

 

We zagen in de vorige overdenking dat ook de discipelen van Johannes tot Hem kwamen. Hun leven was zo verandert, zij hadden Johannes leren kennen als een man, die opriep tot bekering, hij doopte en wees heen naar Hem Die komen zou en dopen zou in de Heilige Geest. Deze mensen waren volgelingen van Johannes geworden. Maar ach, hoe verdrietig was het gegaan met hun meester. Hij had niet geschroomd om de machtige Herodus aan te spreken op zijn verkeerde relatie met de huisvrouw van zijn broer (Matth. 14:3). De eer van God en gehoorzaamheid aan Zijn gebod was voor Johannes belangrijker dan zijn eigen naam of leven. Het gevolg was dat hij gevangen genomen werd, en later zelfs op gruwelijke wijze gedood.

 

Ondertussen waren zijn discipelen verslagen, verdrietig en onzeker achtergebleven. Wat konden zij doen? Samen besloten zij om te vasten en te bidden. Het was in het oude Israël gebruikelijk om te vasten bij bepaalde gelegenheden. Denk aan David, als het kind van zijn vrouw Bathseba op sterven ligt (2 Sam. 12). In de tijd van Esther de koningin vastten de Joden toen zij te horen kregen dat zij allen gedood zouden worden. Als de regen uitbleef en het land verdroogde, dan werd er gevast en gebeden. De Heere Jezus Zelf heeft na Zijn doop in de Jordaan veertig dagen en nachten gevast in de woestijn (Matth. 4:1). Hoewel de farizeeërs vele wetten gemaakt hadden rond het vasten, vinden we daarover niets in de Thora. Sommigen hadden de gewoonte om wekelijks een bepaalde dag af te zonderen voor het vasten. Als men een dag vastte dan onthield men zich vaak van alle eten en drinken. Deed men het een langere periode dan kon men er ook voor kiezen om zich alleen van bepaalde dranken of spijzen te onthouden. Een tijd van vasten kan een tijd van overdenken zijn, een terugkeer tot God maar ook een bijzondere tijd om te luisteren naar Gods stem, geopenbaard in Zijn Woord en de leiding van de Heilige Geest. En hoewel het vasten een gezegende zaak kan zijn en jammer genoeg vandaag de dag vergeten lijkt, werd het door de farizeeën overbelicht en verheven tot een zaak van groot belang. Vandaar dat de discipelen van Johannes verward raakten bij het zien van de etende en drinkende Jezus met Zijn discipelen. Eten en drinken was bijna iets zondigs geworden en dan zeker als het met zondaren en tollenaren gebeurde.

 

Zo gebeurde het dat de vraag tot Jezus kwam: “Waarom zijn wij en de farizeeën zo sterk gericht op het vasten, ja doen wij dat krachtig en U en Uw discipelen niet?” Ik geloof dat deze vraag in echte oprechtheid gesteld werd. Hoe konden zij het nu nog begrijpen? Wie moesten zij nu volgen, nu hun meester in de gevangenis zat? De vrome farizeeërs of deze Jezus? We moeten goed begrijpen dat de Heere Jezus het vasten niet heeft veroordeeld of weggezet als iets onzinnigs. Nee, Hij heeft zelfs gewezen op de hartsgesteldheid die wij moeten hebben als wij vasten. ‘En wanneer gij vast, toont geen droevig gezicht, gelijk de geveinsden; want zij mismaken hun aangezichten, opdat zij van de mensen mogen gezien worden, als zij vasten. Voorwaar, Ik zeg u, dat zij hun loon weg hebben, Maar gij, als gij vast, zalft uw hoofd, en wast uw aangezicht; Opdat het van de mensen niet gezien worde, als gij vast, maar van uw Vader, Die in het verborgen is; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden. Matth. 6:16-18.’

 

Het is zoals bij alle dingen die wij doen zaak dat wij dit doen vanuit oprechtheid en dat voor de Heere en niet voor mensen. Het is goed om een tijd af te zonderen voor en met de Heere. Zeker in deze tijd waarin de bevrediging van lusten centraal staat. Een dag of periode “nee” zeggen tegen onze buik die vraagt om voedsel is goed, maar als we dit doen om een pluim van mensen te ontvangen dan is het alles voor niets en zelfs kwalijk. Wat is het heerlijk om naast onze vaste momenten van gebed, een tijd af te zonderen voor de Heere waarbij wij Hem verheerlijken in onze gebeden en lofzangen maar ook bidden en smeken om de krachtige werking van Zijn Heilige Geest. Wat een heerlijke belofte heeft de Heere Jezus ons gegeven. ‘En uw Vader, Die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden.’

 

In gedachten zien we Jezus met om Hem heen de zondaren en tollenaren, tussen hen zien we de Galilese vissers, Petrus en Andreas, ook Jakobus en Johannes en Levi de tollenaar. Wat zou Jezus zeggen op de vraag van de discipelen van Johannes? ‘En Jezus zeide tot hen: Kunnen ook de bruiloftskinderen treuren, zolang de Bruidegom bij hen is? Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en dan zullen zij vasten, Matth. 9:15.’ Ik geloof niet dat ze de diepte van deze woorden in eerste instantie begrepen hebben maar wat zal er door hen heen gegaan zijn toen Hij hen vergeleek met bruiloftskinderen in aanwezigheid van de Bruidegom? Lieve vrienden, wat spreekt er toch steeds een liefde in de woorden van Jezus. Hij noemt Zichzelf de goede Herder, Die Zijn leven stelt voor Zijn schapen (Joh. 10). Is er iets van meer waarde dan een schaap van Jezus kudde te zijn? Hij noemt Zichzelf de ware Wijnstok (Joh. 15), is er ergens meer rust in te vinden dan in het feit dat de ranken vrucht voortbrengen door de levenssappen die uit Hem stromen? Wat een vreugde om een rank te mogen zijn, geënt in de ware Wijnstok. Met recht mogen we wel zeggen veilig te zijn in Jezus armen. Een schaap van Zijn kudde, rusten in Zijn volbrachte werk, vruchten te mogen dragen tot glorie van onze God, te drinken uit de fonteinen des heils (Jes. 12), te eten van het Brood des Levens (Joh. 6) en wandelend in Zijn wil, vrienden genoemd te worden (Joh. 15). Wat een vreugde om een kind van God te zijn. Samen met allen die geloven maken wij deel uit van de wereldwijde gemeente, het lichaam waarvan Hij het Hoofd is (Ef. 5). Glorie aan het Lam. Nee vrienden, hoe zouden de discipelen van Jezus kunnen treuren zolang Hij in hun midden is? Het is opmerkelijk dat Mattheüs hier spreekt over treuren terwijl Markus (hfst. 2) en Lukas (hfst. 5) hier spreken over vasten. We zien dus een link tussen vasten en treuren. Net zomin als we treuren op een bruiloft of ons onthouden van eten en drinken in een tijd van vreugde, zo ongepast zou het zijn als de discipelen zouden vasten terwijl hun Meester in hun midden was.

 

Hier geen berisping van de Heere Jezus aan de volgelingen van Johannes. Zij vasten omdat zij hun meester moeten missen, maar zouden zij dan verwachtten dat de volgelingen van Jezus ook vastten terwijl Hij in hun midden is? Ach volgelingen van Johannes, zie toch eens Wie er tot u spreekt. Het is Jezus, de Messias, Hij van Wie Johannes heeft gesproken, Hij die door Johannes is gedoopt. Hij is het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt. Is het niet beter om met al jullie verdriet de troost te zoeken bij deze Jezus? Hij Zelf heeft beloofd rust te geven aan allen die tot Hem komen.

 

Tegelijk ligt er in deze heerlijke boodschap ook een verdrietige maar o zo’n rijke boodschap. De Heere Jezus sprak namelijk ook over dagen die komen zouden dat de Bruidegom van hen weggenomen zou zijn, dan zouden zij vasten. En hoewel de diepe betekenis van deze woorden niet is doorgedrongen tot hen die Hem liefhadden, weten wij hoe dit alles is vervuld geworden.

 

Hoe ontsteld zijn de discipelen van Jezus geweest, toen Hij met hen sprak over zijn aanstaande lijden en sterven. Wat een pijn, verdriet en onzekerheid vervulde hun hart toen zij hun Meester gevangen genomen zagen worden. Ze hoorden hoe Hij vals beschuldigd, geslagen, bespot en bespuugd werd. Hun Meester, Hij deed niets dan goed, Zijn onderwijs was zo heerlijk, zo vol troost en liefde. Hoe hadden zij zich steeds opnieuw verwonderd over Zijn wondere macht en kracht, zij hadden gezien hoe Hij de duivel weerstond, demonen uitdreef, zieken genas en zondaren hun zonden vergaf. Hoe veilig hadden zij zich geweten in Zijn nabijheid. Nu, nu zagen zij dat hun Meester daar stond als een schaap dat stom is voor het aangezicht van zijn scheerders. Zij zagen Hem lopen door de straten van Jeruzalem gekroond met doornen en een kruis op Zijn rug, ach wat begrepen zij er nog van?

Als een Lam moest Hij geslacht worden, Hij gaf Zichzelf vrijwillig tot een losprijs voor de zonden van Zijn discipelen. Zie daar de Goede Herder, Hij Die Zijn leven stelt voor Zijn schapen. Vrijwillig is Hij de dood ingegaan om allen die tot Hem komen het leven te geven. Zondaren, zie Hem, het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt, Zijn bloed reinigt van alle zonden. Hij is verhoogd aan het kruis opdat een ieder die in Hem gelooft niet verloren gaat maar het eeuwige leven krijgt. Lieve vrienden, beste farizeeërs en Schriftgeleerden, zie dan toch die rijkdom van genade daar geopenbaard aan het kruis van Golgotha. Er is hoop, er is volkomen vergeving voor allen die tot Hem komen. God de Vader gaf Zijn Zoon, Hij moest sterven om de schuld weg te nemen die de weg tot het Vaderhart blokkeerde. Christus Jezus is de Weg, de Waarheid en het Leven. Wie u ook bent, jong of oud, sterkt of zwak, een grote of kleine zondaar in eigen oog, er is één Naam onder de hemel gegeven waardoor mensen zalig moeten worden, het is de Naam van Jezus. Buig dan uw knieën, belijd uw zonden en geloof dat Zijn bloed u reinigt van alle zonden. Korter gezegd, hoor de stem van Jezus: “Volg Mij.”

 

De Bruidegom zou weggenomen worden. Toen Hij in hun midden was, was het een tijd van vreugde, geen tijd om te treuren of te vasten. Maar spoedig zou komen de tijd dat Hij uit hun midden zou worden weggenomen. Daar aan het kruis, riep Hij het uit: “Het is volbracht” Voor eens en voor altijd betaald voor de zonden. Zijn bloed wist het schuldregister uit. Hij boog Zijn hoofd en gaf de geest. Satan meende overwonnen te hebben en ik geloof dat de discipelen in een grotere nood kwamen dan zij ooit gekend hadden. Wat zal de boze hen bestookt hebben met vurige pijlen. Twijfel, verdriet en grote ellende vervulde hun hart. Maar onze God is groter dan iedere duistere macht. Als er geen andere Naam onder de hemel is waardoor mensen moeten zalig worden, dan de Naam van Jezus, dan kan de dood deze Jezus niet gevangenhouden. Nee, satan, jouw macht is niet groter dan dat God toelaat. De dood kon het leven niet verslinden, Jezus is opgestaan, Hij leeft, Hij leeft. Ja satan, wat heb jij gebeefd bij het zien van de verheerlijkte Levensvorst. Nog een kleine tijd en Hij zal jou werpen in de poel die brand van vuur en sulver, wie zal ons rukken uit de handen van onze God? O hoe groot is de vreugde geweest toen Hij Zich openbaarde aan de Zijnen. Alle verdriet, alle pijn, alle angst werd verwisseld voor een blijdschap die alle verstand te boven gaat. Wat hadden zij Hem graag in hun midden willen houden, maar nee, Gods gedachten zijn ook in deze hoger dan die van ons mensen. Jezus, de opgestane Heere moest naar de hemel om daar Zijn positie als Hogepriester in te nemen. Daar is Hij gezeten op Zijn troon waar Hij bidt voor al de Zijnen. O vrienden, hoe groot is onze Zaligheid, ja alles is in Hem, Die ons heeft liefgehad met een eeuwige liefde.

 

U die dit leest, aan u de vraag: Mag u geloven dat deze Jezus, gezeten in de hemel, stierf voor uw zonden? Misschien haalt u uw schouders op, misschien bent u niet geïnteresseerd in een leven met God. Weet dan, dat niemand, in de hemel of op de aarde u zal dwingen. Ga uw gang, pluk de dag, maar weet dat uw vonnis rechtvaardig zal Zijn. Hij Die kwam om voor zondaren te sterven, ja het Lam van God, zal straks komen als de Leeuw uit Juda’s stam. Dan zal Hij zich niet over u ontfermen als uw Redder maar over u oordelen als Rechter. Ik bid u, laat u met God verzoenen, nu is het nog tijd. En u twijfelende ziel, vergeet hetgeen achter u ligt, volg maar eenvoudig de stem van uw Heiland: “‘Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven, Matth. 11:28.’ Hij, de Amen en getrouwe zal doen hetgeen Hij heeft beloofd. Broeders en zusters in onze geliefde Heiland. Zie omhoog, want Hij Die is opgevaren naar de hemel zal komen om ons tot Zich te nemen, dan zullen wij nooit meer van Hem scheiden. Nu is het soms nog een tijd van treuren, een tijd van vasten, maar in dit alles zijn wij meer dan Overwinnaars in Christus Die ons liefheeft. Hij heeft de dood, de hel en het graf overwonnen, Hij komt, Hij komt en alle oog zal Hem zien, ja voor Hem buigen. O Glorie voor het Lam.

 

Het onderwijs van de Heere Jezus dat Hij gaf aan de discipelen van Johannes gaat verder en daar willen wij de volgende keer bij stilstaan. Hij spreekt over een oud kleed en oude zakken over een nieuw stukje kleed en nieuwe wijn. Wat een diepe lessen heeft de Heere Jezus Christus ons nagelaten. Net als de discipelen verlang ik er naar om te luisteren naar Zijn onderwijs, want ik weet en bemerk dat Zijn Woord de Waarheid is en dat het mij vrijmaakt. O hoe heerlijk zal die dag zijn om voor altijd bij Hem te zijn. Kom Heere Jezus, ja Kom spoedig.

 

Wilco Vos Veenendaal 06-07-2016