M40 Stromen van levend water

02-10-2015 08:42

‘Die in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt, stromen des levenden waters zullen uit zijn buik vloeien, Joh. 7:38.’

 

Het is een drukte van belang in Jeruzalem, van heinde en ver zijn ze gekomen om in deze zevende maand feest te vieren voor de HEERE. De oogst is binnen en nu op de vijftienden van de maand is het loofhuttenfeest. De HEERE verplicht om voor Zijn aangezicht zeven dagen vrolijk te zijn (Lev. 23:40). Tijdens dit feest woont het volk in zelfgemaakte loofhutten (soekot) en denkt aan de tijd dat het volk Israël door de woestijn heeft gereisd onder de bescherming van hun Almachtige God.

 

Ieder jaar opnieuw wordt dit feest gevierd, een feest van terugkijken maar ook van uitzien naar de tijd dat Vorst Messias zal regeren in Zijn rijk van vrede. Het wonen in de loofhutten drukt het tijdelijke en het kwetsbare van dit leven uit. Gezegend zijn zij die hun hoop en vertrouwen stellen op de levende God.

 

Wij verplaatsen ons zo’n 2000 jaar terug in de tijd. We zijn in Jeruzalem en zien hoe een grote menigte mensen bij elkaar is gekomen om het feest voor de HEERE te vieren. Het is de laatste dag van het feest, daar gaat de priester volgens traditie naar de bron van Siloam en vult een kruik met water die in een vreugdevolle optocht door de waterpoort tot bij het altaar in de tempel gebracht wordt. De woorden van Jesaja klinken: ’Ziet, God is mijn Heil, ik zal vertrouwen en niet vrezen; want de Heere HEERE is mijn Sterkte en mijn Psalm, en Hij is mij tot Heil geworden. En gijlieden zult water scheppen met vreugde uit de fonteinen des heils. Jes. 12:2,3’ Als het hallel gezongen wordt en de priester het water uitgiet horen wij de woorden: ‘Och, HEERE, geef nu heil, Ps. 118:25.’ Het volk denkt terug aan de tijd in de woestijn hoe de Heere daar voorzag in water uit de rotsteen en tegelijk bidden zij om de regen voor het komende seizoen. Dan ineens klinkt daar een roepende stem uit de menigte: ‘Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke. Die in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt, stromen des levenden waters zullen uit zijn buik vloeien, Joh. 7:37,38.’ Jaar in jaar uit klonk de belijdenis tot de God van hun Heil en het verlangend roepen: ‘Och, HEERE, geef nu heil.’ In het Hebreeuws klonk daar de roep om Yeshua en zie nu staat daar Yeshua in hun midden en nodigt om te drinken van het water des levens om niet. Het is dezelfde Yeshua Die sprak tot de Samaritaanse vrouw: ‘Maar zo wie gedronken zal hebben van het water, dat Ik hem geven zal, dien zal in eeuwigheid niet dorsten; maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven, Joh. 4:14.’

 

Lieve vrienden, hoe heerlijk zien wij in deze Jezus de vervulling van iedere schaduw. Door heel het Joannes Evangelie leert Hij ons op Hem te zien als de van God gezondene die alleen het leven is. Hij openbaarde zich als de ware tempel (Joh. 2). Als de ware koperen slang (Joh. 3). Als het hemelse brood, het ware manna (Joh. 6). En ook als de ware vuurkolom (Joh. 8). Vandaag zien wij Hem als de fontein van het leven, in Hem alleen zullen de dorstige hun dorst kunnen lessen. God de Vader nodigde ons reeds door de woorden van de profeet Jesaja: ‘O alle gij dorstigen! komt tot de wateren, en gij, die geen geld hebt, komt, koopt en eet, ja komt, koopt zonder geld, en zonder prijs, wijn en melk! Jes. 55:1.’ Kom tot de Bron van het leven en zoek het niet langer daar waar het niet te vinden is: ‘Want Ik zal water gieten op de dorstigen, en stromen op het droge; Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten, en Mijn zegen op uw nakomelingen, Jes. 44;3.’

 

Lieve vrienden wij weten dat deze Jezus Zichzelf gegeven heeft als het ware Pesachlam dat geslacht is voor de zonde van de wereld. Een ieder die tot Hem komt zal niet verloren gaan. Er is leven, eeuwig leven voor hen die Hem gelovig omhelzen als hun Zaligmaker en Verlosser en Hem volgen als hun Heere en Meester. ‘En de Geest en de Bruid zeggen: Kom! En die het hoort, zegge: Kom! En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet. Openb. 22:17.’ Kom, ja kom tot Hem. Van Hem heeft Paulus gesproken als de geestelijke steenrots waaruit het volk heeft gedronken in de woestijn (1 Kor. 10:14). Kom voor het eerst of opnieuw opdat stromen van levend water uit uw buik zullen vloeien.

De Heere Jezus heeft deze stromen beloofd aan allen die in Hem geloven en deze stromen wijzen ons op niets anders dan de inwoning van en de vervulling met de Heilige Geest (Joh. 7:39). Op het moment dat de verloren zondaar zich neerbuigt voor de almachtige God, zijn of haar zonden belijd en gelovig ziet op het volbrachte werk van de Heere Jezus, komt de Heilige Geest in het hart van de wedergeboren zondaar wonen. ‘In Welken (Christus) ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte; Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregene verlossing, tot prijs Zijner heerlijkheid, Ef. 1:13,14.’ Door het geloof worden wij één met Christus, één in Zijn dood en één in Zijn opstanding. Door genade ontvangen wij het nieuwe leven en de Heilige Geest komt in ons wonen, als de Trooster. De Heilige Geest richt altijd weer ons oog op Christus. Door Zijn kracht lopen wij in de loopbaan die ons is voorgesteld en Diezelfde Geest leid ons in alle waarheid.

 

De Geest brengt dat bij elkaar, wat bij elkaar hoort, om samen één te zijn in Jezus hun Verlosser. ‘Want ook wij allen zijn door een Geest tot een lichaam gedoopt; hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot een Geest gedrenkt, 1 Kor. 12:13.’ Lieve vrienden, is deze Jezus de bron van uw leven? Hebt u in Hem leren rusten en kunt u zeggen, ja Hij heeft mijn dorst gelest en iedere dag mag ik met vreugde water scheppen uit de fonteinen des heils? Weet dat er buiten Hem geen leven is en dat alles wat buiten Hem uw dorst lijkt te lessen, niets anders is dan gebroken bakken. ‘Want Mijn volk heeft twee boosheden gedaan; Mij, den Springader des levenden waters, hebben zij verlaten, om zichzelven bakken uit te houwen, gebroken bakken, die geen water houden, Jer. 2:13.’ Vandaag klinkt nog de stem van de Heiland; ‘Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke.’ Misschien zegt u: “Ik weet niet of mijn dorst wel echt is, of dat mijn dorst wel groot genoeg is om te mogen komen.” Lieve vrienden, luister niet langer naar de stem van de boze, vlucht met uw dorst tot de bron van het leven en als u geen dorst hebt, vlucht ook dan tot Hem voor het te laat is. In Zijn liefde zal Hij u de dorheid van deze wereld en de dorheid van uw leven buiten Hem doen zien. Hij schenkt het eeuwig zalig leven aan een ieder die tot Hem de toevlucht neemt. Vandaag klinkt nog de roep, morgen is het misschien te laat.

 

Broeders en zusters in onze geliefde Heiland. Wat een vreugde om te mogen scheppen uit de fonteinen des heils. Wat een troost om te mogen weten, gewassen te zijn door het alles reinigende bloed van onze Heere Jezus Christus. Wat een troost om te mogen weten dat de Heilige Geest in ons is komen wonen. En wat een heerlijke belofte dat Die Geest in ons zal worden tot een stroom van levend water. Kunnen wij zeggen de kracht van Zijn Geest te ervaren of moeten wij eerlijk bekennen dat het in ons leven meer op een dode zee lijkt? 

 

Het is goed om samen stil te staan bij de vervulling met de Heilige Geest. Het is niet alleen een belofte, maar ook een opdracht die tot ons komt. ‘En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar wordt vervuld met den Geest, Ef. 5:18.’ De Geest is, zoals wij gezien hebben, in ons komen wonen op het moment van onze wedergeboorte. Het gaat hier dus niet om het ontvangen van de Heilige Geest maar het vervuld worden met deze Geest. Op verschillende plaatsten in de Bijbel wordt er gesproken over deze vervulling. Deze vervulling blijft niet onzichtbaar maar openbaart zich op verschillende wijze. In Handelingen 2 lezen wij hoe de discipelen vervuld werden en in verschillende talen de grote werken Gods begonnen te spreken. Dit was de vervulling waarover Joël al had geprofeteerd (Joël 2:28). We zien in Handelingen 4 hoe deze Geest vrijmoedigheid geeft om te spreken zonder belemmert te worden door enige vrees voor mensen (Hand. 4:8,31). En in Handelingen 13 zien we hoe deze Geest het onderscheid geeft tussen leugen en waarheid en ook de kracht en de juiste woorden om de boze te bestraffen (Hand. 13:9,10).

 

De vervulling met de Heilige Geest is niet een optie binnen het normale christelijke leven maar hoort er bij. Het is een oproep om vervult te worden en daarom is het zaak om dit onderwerp niet aan de kant te schuiven. De Heilige Geest overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel en dat begint bij het overtuigen van de zonde van ongeloof (Joh. 16).

Nu komt het er in het leven van de gelovige op aan, om te staan naar de vervulling met de Heilige Geest. Juist die volheid zal ons doen wandelen naar het Woord en ons de kracht geven om te staan in de ure van de verzoeking. De Geest troost ons in verdrietige omstandigheden, in tijden van aanvechting en laat ons steeds opnieuw de vreugde ervaren in het lezen, onderzoeken en toepassen van het Woord van God. De Heilige Geest brengt de heiligmaking in ons leven tot stand en wij weten dat het Woord ons leert dat zonder heiligmaking niemand de Heere zien zal (Hebr. 12:14). De Heere Jezus zegt: ‘Zalig zijn de reinen van hart; want zij zullen God zien, Matth. 5:8.’

 

Daarom lieve broeders en zusters is het van levensbelang om onszelf steeds opnieuw te toetsen hoe het in ons hart gesteld is. Is ons hart geheel toegewijd aan God en gehoorzamen wij Zijn stem of hebben wij nog een bepaalde gereserveerdheid? Het kan zijn dat wij tot overgave zijn gekomen, Zijn Naam belijden en toch nog een deel van ons leven voor onszelf houden. Ons hart is voor negentig procent voor de Heere en die tien procent kunnen wij maar niet loslaten. Juist die tien procent verhinderd de vervulling met de Heilige Geest. De Heere wil ons hele hart, Hij heeft het gekocht en heeft er recht op. Is juist deze halfslachtige levenswandel niet de oorzaak van zoveel flauwheid in het persoonlijke leven? Zien we niet hoe velen afvallen in momenten van beproeving, het is omdat zij Gods Geest niet toelieten hun leven te vervullen.

 

Nu is het niet de bedoeling om te staren op de gave van de Geest en te twijfelen aan uw zaligheid als u een bepaalde vrijmoedigheid mist die u ziet bij andere broeders en zusters. U moet niet gaan twijfelen aan uw zaligheid als u de gave van genezing mist of de gave van profetie. Het is noodzakelijk dat u weet met heel uw hart of u verlangt de Heere de eer te geven die Hij zo waard is. Dat u weet dat u geen reserves hebt en het verlangen kent om geheel door Gods Geest vervuld en geleid te worden. Het vervult worden met Gods Geest is het tegenovergestelde van het wederstaan (Hand. 7:51), het bedroeven (Ef. 4:30) en het uitblussen (1 Thess. 5:19) van de Geest. Als u dingen doet waarvan u weet dat zij tegen Gods Woord ingaan dan wordt u onrustig en als u daarin volhard dan bent u bezig met het ingaan tegen de werking van de Geest, uw volharding zal uitlopen op een uitblussing van de Geest. Als wij dit opmerken bij onszelf dan is er maar één weg terug, de weg van zonde belijden en het leven vanuit de vergeving om ons geheel tot Hem te keren.

 

‘Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt, en de Geest Gods in ulieden woont? 1Kor. 3:16.’ Juist deze wetenschap moet ons met een heilige liefde vervullen om in alles te wandelen naar de wil van onze God en Zaligmaker. Deze liefde naar God geeft een haat en een afkeer tegen de zonde en zoekt de gemeenschap met hen die de Heere lief hebben en aanroepen uit een rein hart (2 Tim. 2:22).

 

‘En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar wordt vervuld met den Geest; Sprekende onder elkander met psalmen, en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende en psalmende den Heere in uw hart; Dankende te allen tijd over alle dingen God en den Vader, in den Naam van onzen Heere Jezus Christus;  Elkander onderdanig zijnde in de vreze Gods, Ef. 5:18-21.’ Als wij zo samenzijn en zien op de fontein van heil die geopend is in onze Heere en Heiland, dan vinden wij elkaar. Dan hoeven wij niet te twisten, elkaar de maat te nemen, te oordelen of te veroordelen. Dan mogen wij met vreugde Zijn Naam verheerlijken, Hem dankende voor dat wat Hij gedaan heeft en verlangend uitzien naar de dag dat Hij komen zal. Ja straks zal deze aardse loofhut voorgoed verwisselt worden voor het huis niet met handen gemaakt maar eeuwig bij Hem in de hemelen (2 Kor. 5:11).

 

Kom vrienden broeders en zusters, de fontein is geopend en allen die daaruit drinken zullen in eeuwigheid niet dorsten. Als de stromen van levend water zijn opgedroogd, luister dan naar de stem van onze God. ‘Alzo zegt de HEERE, uw Verlosser, de Heilige Israëls: Ik ben de HEERE, uw God, Die u leert, wat nut is, Die u leidt op den weg, dien gij gaan moet. Och, dat gij naar Mijn geboden geluisterd hadt! zo zou uw vrede geweest zijn als een rivier, en uw gerechtigheid als de golven der zee, Jes. 48:17,18.’ Verootmoediging en een terugkeer tot God, ja het drinken uit de fontein des heils, zal de stroom van levend water weer doen vloeien. Geprezen zij de Naam van onze HEERE en Heiland. Amen.

 

Psalm 25:2

 

HEER, ai, maak mij Uwe wegen,

Door Uw woord en geest bekend;

Leer mij, hoe die zijn gelegen,

En waarheen G' Uw treden wendt,

Leid mij in Uw waarheid, leer

IJv'rig mij Uw wet betrachten;

Want Gij zijt mijn heil, o HEER,

'k Blijf U al den dag verwachten.

Wilco Vos Veenendaal 30-09-2015